HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 135   (uit: 659)

Getoond wordt publicatie : 31 t/m 60


Uitgebreid zoeken
Gesorteerd op:  Boeknummer

Zoekresultaat verdeeld over 5 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

Begin        Vorige      1   2   3   4   5       Volgende       Eind

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

31. Boeknummer: 00177  
Geschiedenis van de Kleine Schans
Monumenten -- Kleine Schans Terheijden           (2010)    [Fer van Vuuren]
Geschiedenis van de Kleine Schans

De afbeelding op de omslag is een deel van de landkaart waarop Breda en omgeving in 1624 staat afgebeeld, van Johan Sebastian Untzen. De meest nauwgezette kaart van Terheijden tijdens het beleg
van Breda 1624-1625. In feite ook de allereerste gedetailleerde kaart van Terheijden. Heel goed te zien het legerkamp van Carlo Roma, in het noorden van het dorp. Let op, de molen van Terheijden stond
toen op de plaats waar nu het veerhuis is.

Tijdens de gevechten in mei 1625 hadden de Spanjaarden de polders, rondom het dorp onder water gezet. Terheijden is voor 54 door water omgeven. Het Staatse leger naderde Terheijden
over de dijk vanuit de richting Wagenberg, rechts op de kaart van Untzen. Ook de dijk naar Zevenbergen, nu de Laakdijk sluit daarop aan.

Heel goed is te zien dat geheel Terheijden omschanst is, met als sterkste punt, de ingang van het dorp in het noorden, een afzonderlijk vestingwerk, precies op het punt waar de weg naar
Wagenberg en de weg naar Zevenbergen bij elkaar komen. Dit vestingwerk wordt soms ook als de schans van Terheijden vermeld. Op deze plaats is in 1625 het meest en hevigst gevochten.

Deze kaart is getekend door kapitein Johan Sebastian Untzen, die in Spaanse dienst in het Brandenburgse regiment bij de belegering van Breda in 1625 heeft meegevochten.

Dit is in tijd gezien de derde schans/verschansing van Terheijden


Voorwoord
De samensteller van dit boekje heeft zich zoveel mogelijk gebaseerd op feiten. Een goede gewoonte is het meestal om de bronnen aan te geven. Ik doe dat zo weinig mogelijk in de tekst zelf, omdat ik er
vooral een leesbaar boekje van wil maken en veel minder een historisch-wetenschappelijke uitgave.
Een andere reden voor de sobere bronvermelding is dat ik het verhaal voor een groot gedeelte al 'in mijn hoofd' had. Ik had al veel gelezen en weet daarom niet altijd op alle momenten de bronnen
aan te geven. Verder had ik al veel op papier staan, voordat we besloten om er een Vlasselt-uitgave van te maken. In eerste instantie heb ik mijn bronnen toen niet genoteerd. Ik weet
natuurlijk wel wat ik gelezen heb en de bronvermelding op het eind is dan ook volledig.

Een belangrijke informatiebron is ook internet geweest.

In het samenstellen van dit boekje ben ik ook nogal eens op tegenstrijdigheden in mijn bronnen gestuit. Hoe gedetailleerder de beschrijvingen, hoe groter de verschillen. Ik heb het probleem soms simpel
opgelost door bijvoorbeeld in de beschrijving van de gevechten van mei 1625 alle vertellers aan het woord te laten.

Ik heb wel het taalgebruik gepopulariseerd en gemoderniseerd.

De term de 'Kleine Schans' wordt gebruikt om het verschil aan te geven met de 'Grote Schans' of zoals deze nu wordt genoemd: de 'Spinolaschans'. Deze twee schansen werden in 1639 gebouwd door de Staatsen.
Daarvoor zijn er schansen/verschansingen in Terheijden geweest die een aantal keren opgebouwd en afgebroken werden en die er telkens iets anders hebben uitgezien (schansen nr. 1, 2 en 3).

De Kleine Schans, zoals wij die nu kennen, schans nr. 4 dus, is in 1639 gebouwd. In tegenstelling tot andere bronnen stel ik vast dat deze schans in 1680 niet is afgebroken.
De Kleine Schans in Terheijden is wel degelijk een overblijfsel uit de Tachtigjarige Oorlog.

De titel van het boekje had misschien ook kunnen zijn: 'De schansen van Terheijden' . Ten eerste, omdat er binnen het dorp in de loop der tijd meerdere schansen/verschansingen zijn geweest.
Ten tweede, omdat er vlak buiten het dorp ook een schans ligt. Aan deze Grote Schans, die een veel minder bewogen geschiedenis kent, wordt in dit boekje weinig aandacht besteed. Het boekje
gaat vooral over de voorlopers van de Kleine Schans en over de Kleine Schans zelf, zoals we die sinds 1639 kennen. Vandaar de titel: de geschiedenis van de Kleine Schans.

N.B. De Kleine Schans maakt ook een onderdeel uit van de Zuider Frontier/ Noord-Brabantse (water)linie.
de samensteller

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

32. Boeknummer: 00179  
Van Alphen en aanverwante families
Personen -- personen a-b-c-d           (2010)    [Johan van der Made]
Van Alphen en aanverwante families

Inleiding
Van Alphen was in het verleden ruim vertegenwoordigd in
Wagenberg en Terheijden. Ook in Made en op Zwaluwe is de
familienaam niet onbekend. Ze kwamen voor in alle lagen van de
bevolking. Opvallend is dat het merendeel van hen in staat was om
zijn of haar naam te schrijven, iets wat tot ver in de 19e eeuw niet
iedereen gegeven was.
De meest voorkomende beroepen waren aanvankelijk
wagenmaker en ook bouwman, de oude benaming voor land-
bouwer. Verder herbergiers, winkeliers, kleermakers, smeden, een
koetsier en uiteraard veel arbeiders en ook een fabrieksdirecteur.
Opvallend is dat zowel de harmonie van Wagenberg als die van
Made hun verenigingslokaal hadden bij een.... Van Alphen.
Dochters kregen bij huwelijk een andere familienaam. Ook veel
van hun nakomelingen zijn in dit boekje opgenomen. In die
familietakken zien we zoal een molenaarsknecht, een rietdekker,
een bakker, een strater, een pakdrager, een visser, een voerman,
een schuitenvoerder, een gemeentesecretaris, maar ook smeden,
metselaars, timmerlieden, vlasboeren, priesters en een
huisschilder.
Elk hoofdstuk is een aparte familie Van Alphen. De onderlinge
verwantschap is tot nu toe niet gevonden. Begonnen wordt met
de oudst bekende persoon. Vóór de namen van gezins- hoofden
staan Romeinse cijfers. Deze geven het nummer van de generatie
aan. Vanaf generatie II zijn daar letters aan toegevoegd om de
volgorde aan te geven binnen die generatie in de verschillende
familietakken. De overzichten zijn gegenereerd met Aldfaer versie
3-5-3-
Ter verduidelijking zijn aan het begin van elk hoofdstuk een of
meerdere schema's opgenomen. Met behulp van die schema's
kunnen personen worden opgezocht. Staat er in zo'n schema
bijvoorbeeld vóór de naam III c dan is deze persoon te vinden in de
derde generatie.
Achter in dit boekje is een namenlijst toegevoegd van aan-
getrouwde families met verwijzing naar de bladzijden.
Uit oogpunt van de privacy eindigen de overzichten ongeveer een
driekwart eeuw geleden. Toch zullen vele lezers er hun grootouders
in kunnen ontdekken. Helaas is een stamboom nooit volledig en zo
ook dit boekje, want steeds kun je weer nieuwe ontdekkingen doen.
Tot slot spreek ik mijn dank uit aan iedereen die mij tijdens mijn
onderzoek op de een of andere wijze van informatie heeft
voorzien.

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

33. Boeknummer: 00232  
Moord op de Kadijk
Historie -- Brabant, algemeen           (2013)    [K. Goverde en T.van den Wjngaart]
Moord op de Kadijk

Voorwoord
Geachte Lezers,
mijn naam is Francisca Uijtdewilgen, kleindochter van wijlen Johannes Marinus Uijtdewilgen en Francisca Maria Alberta Jacobs.
De personen in dit bijna 100 jarig goed bewaarde familie drama!

In de jaren '70 was ik op visite bij mijn tante Irma, en in de loop van de avond liet zij zich ontvallen , jaja Suske (zo noemde zij mij) ik ben de
dochter van een 'moordenaar'. Daar nooit iemand iets had verteld, kan je nagaan hoe ik mij op die moment voelde! Die woorden ben ik
nooit meer vergeten , maar toch heb ik er nooit meer kunnen over beginnen omdat er zoals men in de volksmond zegt 'er nooit meer een
goed moment was om er nog eens op in te gaan' wat ik nu héél spijtig vind natuurlijk. Tot ik op een avond in 2011 op de computer bezig was
en bij mezelf dacht, ik ga mijn naam eens intikken op Google, en zien wat dat geeft, en wat kreeg ik daar te zien, juist ja, Moord op de Kadijk
in Etten Leur! Ik ben dat artikel beginnen lezen en groot was men verbazing toen ik de naam van het slachtoffer en zijn vrouw las, dat
waren mijn grootouders! Ik heb dat artikel meteen doorgestuurd aan mijn nicht Anita en neef Peter, en heb natuurlijk ook gereageerd op
het artikel, en zo zijn wij eigenlijk in kontakt gekomen met Kees Goverde. Het toeval wil dat Kees al jaren bezig was met de stamboom
van zijn grootmoeder (een zus van mijn grootmoeder) en er was zelfs nog een derde zus iets wat wij ook nooit hebben geweten! En dan is er
ook nog de heer Ton van den Wijngaart, de gedreven gids , welke ook een hele reeks van opzoekingen gedaan heeft! In juli van 2011 zijn
Anita, Peter en ik dan samen naar Etten Leur gereden en hebben daar Kees en Ton ontmoet, en wat een hoop aan informatie die voor ons
hadden! Maar de belangrijkste vraag is nu, wie is de vader van het vierde kind van Francisca? Tot op heden is daar nog géén antwoord op.
Wie weet in de toekomst? Kan je nagaan beste lezer in wat een verhaal wij zijn terecht gekomen, en de zovele vragen waarop wij
waarschijnlijk nooit een antwoord zullen krijgen, hou ik toch altijd in gedachten dat mijn grootmoeder ondanks alles wat in het verleden is
gebeurd, een goede moeder was voor haar kinderen!
Zelf heb ik mijn grootmoeder nooit gekend, ik was 3 maanden toen zij stierf, maar uit de verhalen van mijn ouders, tantes, nonkels en
schoonkinderen was zij een brave, fiere, vrouw met véél zin voor humor, dat weet ik van de verhalen die mijn vader vroeger vertelde
over zijn moeder!
Zo beste lezer, nu weten jullie hoe een goed bewaard familie geheim, of drama, met één klik op Google dan toch nog ontdekt is, of toch voor
een deel, en of we ooit de hele waarheid zullen ontdekken is maar de vraag want nu, na 95 jaar mag voor sommige mensen nog altijd het
dekseltje niet van het potje gelicht worden! Zo zie je maar hé, is er dan nog een geheim? Dan wens ik jullie nu heel véél leesplezier!!!
Francisca Uijtdewilgen


Inleiding
Hoe toevalligheden en volharding samen kunnen komen is vaak een raadselachtig fenomeen wat kan leiden tot de ontdekking van iets wat
ooit waar gebeurt is. Het zijn wetenswaardigheden die op het pad van iemand komen zonder in eerste instantie te beseffen wat je er mee
kunt en of wilt. Het weten van dergelijke zaken geeft wel een bepaalde drang er 'iets' mee te willen en moeten.
Zo ook bij Kees Goverde, een verwoed hobby genealoog, die al vele jaren bezig was met zijn familiestamboom. Ruim 20 jaar geleden was
hij bezig in een archief in Tilburg en kwam daar per toeval aan de praat met een op dat moment voor hem onbekend persoon. Gebruikelijk is
dan vaak dat je elkaar verteld waar je mee bezig bent. Gaande het gesprek ontdekte Kees dat er kruisverbanden waren waarna beide op
zoek waren. Op enig moment zegt de nog steeds onbekende voor Kees 'jou oma heeft vroege veel meegemaakt en een zware last met zich
moeten dragen'. Een dergelijke opmerking prikkelt natuurlijk de nieuwsgierigheid en vraagt om nadere toelichting. Aan de orde kwam
toen dat een zwager van zijn oma (gehuwd met een zus van haar) ooit vermoord is.
Uiteraard krijgt het familieonderzoek dan een extra dimensie erbij. In de loop van de jaren komt er veel informatie boven water en blijkt de
opmerking van de onbekende in het Tilburgs archief op waarheid te berusten. Ondanks het vele zoekwerk blijven er toch nog veel open
vragen staan en losse eindjes over.
Dan is er een zeker Cor Kerstens. Iemand die erg druk is met diverse zaken die te maken hebben met Heemkunde van Etten-Leur. Hij heeft
op enig moment een oud volksliedje ontdekt wat als titel had 'Moord op de Kadijk'. Deze Kadijk is een voormalige straatnaam in het
noordelijk buitengebied van Etten-Leur. Hij heeft verder onderzocht wat er gebeurt is voorafgaand aan het uitkomen van dat volkslied en
zijn bevindingen gepubliceerd op de website van het Brabant Historisch Informatie Centrum (BHIC).
Tot op dat moment hebben beide zaken (het onderzoek van Kees en de bevindingen van Cor) ogenschijnlijk nog niets met elkaar te maken
terwijl na later zal blijken het toch over hetzelfde gaat.
Dan wil vervolgens begin 2011 het toeval dat een zeker Suzy Uitdewilgen, een in België woonachtige mevrouw, uit nieuwsgierigheid
haar familienaam aan het Goochelen is en op het verhaaltje van Cor stuit. Omdat de combinatie eigen achternaam en moord natuurlijk
belangstelling wekt leest ze het verhaal en ontdekt dat het om haar reeds lang overleden voorouders gaat. Zij was totaal onbekend met
wat haar grootouders overkomen was en reageert op de website op betreffend stuk. Via wat omwegen komt zij hierdoor in contact met
Kees en ontstaat de behoefte om eens af te reizen naar Etten-Leur.
Omdat Etten-Leur bezoeken nog niets zegt over de plaats van de moord bedenkt Kees dat het misschien treffender is om richting de
plaats van het delict te gaan en zoekt hij contact met Ton van den Wijngaart die ooit een boek geschreven heeft over het gebied waar de
vermoorde geboren is en waar de Kadijk in de buurt ligt.
Ook Ton is erg belangstellend en begint al verder te onderzoeken en kan de Belgische nazaten en Kees ontvangen en reeds een en ander tonen.
Verder onderzoek van Kees en Ton levert een schat aan informatie op en zo ontstaat het idee om over het gebeuren een boek(je) te schrijven.
Schrijven over een moord die waar gebeurd is vraagt per definitie uiteraard om zorgvuldigheid. Als het dan ook nog een moord betreft,
gepleegd in 1918, waarvan de kleinkinderen pas in maart 2011 per toeval iets vernamen, dan moet zeker subtiel met informatie omgegaan worden.
Tegelijkertijd bied dit de schrijvers, omdat het gebeuren zolang een familiegeheim geweest is, althans in de tak van directe nazaten, weer
wel de nodige vrijheid omdat vrijwel alleen uit openbaar toegankelijke bronnen geput kan en moet worden. In overleg met de kleinkinderen is
er dan ook voor gekozen om de exacte namen, feiten, gebeurtenissen, etc. te beschrijven.
Veronderstellingen, interpretaties en of eigen conclusies van de schrijvers is zoveel als mogelijk achterwege gelaten. Het heeft dus
meer weg van een reconstructie van het gebeuren.
Om het boek duidelijker, levendiger te maken en tevens als eerbetoon aan de vermoorde is er voor gekozen om originele documenten en foto's op te nemen.
Uiteraard blijven er (helaas) onbeantwoorde vragen over, zelfs na deze reconstructie, die mogelijk nooit te achterhalen zullen zijn.

Eigen uitg. T.v.d.Wijngaart;  
 

34. Boeknummer: 00278  
Huis voor Brabant
Overheid -- Noord-Brabant, provinciehuis           (2011)    [Bureau Commnunicatie NB]
Huis voor Brabant. 40 jaar Provinciehuis

De ziel van Brabant
Ergens is ons provinciehuis een paradox.
Het is de tegenstelling tussen de opvattingen van de architect Hugh Maaskant, diemet zijn gebouw zijn visie op de overheid verbeeldde, en Brabant.

Maaskant zag de provincie als een afstandelijke en wat statige overheid, slechts te bereiken door het oversteken van een immens voorplein. Een plein dat in de visie
van de architect leeg moest zijn, en waarop dus niet geparkeerd mocht worden. Eenmaal binnen is er de leegte van de hal en de Statenzaal die als de brug van een schip
uitsteekt. Het gebouw ademt de esthetiek van de industrialisering en modernisering, zo is wel eens gezegd, en draagt daarmee de onmiskenbare signatuur van Maaskant.
Een gebouw van koele, zakelijke materialen.

Aan de andere kant is er Brabant en zijn er de Brabanders zelf. Het zijn de mensen die het verschil maken. De leden van Provinciale en Gedeputeerde Staten, het ambtelijke
team dat hen ondersteunt en -niet in de laatste plaats- de talloze bezoekers.
Zij impregneren het gebouw met de ziel van Brabant. De al even ontelbare als warme ontvangsten laten hun sporen evenzeer na als Maaskant. De kwaliteitsklanken van ons Brabants
Orkest dat zo graag in ons provinciehuis optreedt, zijn er voor wie goed luisteren kan eigenlijk altijd te horen.
Wie verwijlt in de mooie en indrukwekkende hal droomt zich al snel op een gemoedelijke markt waar de Brabanders samenkomen.
In de prachtige Bois le Duc-zaal is menige bijeenkomst het toneel van ontmoeting en reflectie. Nee, waar Maaskant de hal gebruikte om te imponeren, krijgt zij een heel ander,
haast huiselijk karakter wanneer er zo’n duizend protesterende buschauffeurs of boeren worden ontvangen met koffie en soep. Want zo zijn vrij in Brabant wel.

Nee, de hoge toren staat niet voor afstandelijkheid, maar voor de aan het provinciebestuur zo eigen opdracht om verder dan vandaag te kijken. Om toekomstgericht aan
het welzijn van Brabant en de Brabanders te werken.

Het is nu 40 jaar geleden dat het provinciehuis door koningin Juliana werd geopend.
Het werden veertig bijzondere jaren. Het is goed om even stil te staan bij die turbulente geschiedenis van het Huis voor Brabant.
Kom er eens binnenlopen, geniet van de prachtige wandkleden. Zie dit boekje niet louter als herinnering, maar als een uitnodiging om in het provinciehuis te gast te zijn.

Prof. dr. W.B.H.J. van de Donk,
commissaris van de koningin

Provincie Noord-Brabant;  
 

35. Boeknummer: 00284  
Blikken op Brabant. De canon van Nederland in Noord-Brabants perspectief
Historie -- Brabant, algemeen           (2012)    [Sonnemans, Gerard; Pigmans, Jurgen; Cuijpers, Theo]
Blikken op Brabant. De canon van Nederland in Noord-Brabants perspectief

Inhoudsopgave
Voorwoord 7
Leeswijzer 9

01 Grafheuvels 14
02 Aan de rand van het rijk 22
Romeins Brabant 30
03 Willibrord en Lambert 32
04 De Brabantse hertogen 40
05 Brabants op schrift 46
06 Handelssteden 54
Brabant hart van de Nederlanden 60
07 Hart van de Nederlanden 62
08 Strijd om het geloof 70
09 Willem van Oranje 76
10 Nieuw land 84
11 Staats-Brabant 92
Brabant in tweeën 100
12 Geloof en woord 102
13 Bloei in de kunsten 108
14 Jaren van stilstand 114
15 Verlichte Brabanders 120
16 Lodewijk Napoleon 126
17 Brabant herenigd... en weer gescheiden 132
Brabant in het Verenigd Koninkrijk 140
18 Spoorlijnen en andere verkeersverbindingen 142
De spoorlijnen van Noord-Brabant 148
19 Missionarissen en markten 150
20 Industrialisatie 156
21 Vincent van Gogh 162
22 Emancipatie in geloof 170
23 De Eerste Wereldoorlog 178
24 De Brabantse Stijl 186
25 Crisis in Brabant 192
26 Tweede Wereldoorlog: de bezetting 198
27 Onderdrukking en verzet 204
28 Tweede Wereldoorlog: de bevrijding 212
De bevrijding van Noord-Brabant 222
29 Molukkers in Brabant 224
30 Ontzuiling 230
31 Watersnood 236
32 Brainport 242
33 Brabantse buitenlanders 248
34 Brabant in Europa 254
De gemeenten van Noord-Brabant 260
In Noord-Brabants perspectief 262
Register 266
Colofon 274
Dankwoord 275

Voorwoord
De Gouden Eeuw. We hebben het allemaal op school geleerd: de handel op de wereldzeeën, pakhuizen tot de nok toe gevuld met specerijen, de rijkdom die de
VOC bracht, statige Amsterdamse grachtenpanden, droogmakerijen en molens, belangrijke uitvindingen als het slingeruurwerk van Christiaan Huygens, de
schilderijen van Rembrandt en Vermeer, de pen van Joost van den Vondel en Hugo de Groot. In de zeventiende eeuw zette de Republiek der Verenigde Nederlanden de
toon. Minder bekend is dat het hertogdom Brabant twee eeuwen eerder, onder de Bourgondische heerschappij, zijn Gouden Eeuw beleefde. Een hofcultuur vol pracht
en praal in Brussel, de beste schapenwol uit de Kempen, een florerende lakennijverheid, een ongekende stedelijke bloei, het land van melk en honing, een hoorn des
overvloeds. Het is in deze tijd waarin we de oorsprong van het beeld van het Bourgondische Brabant moeten zoeken.

De regionale geschiedenis geeft de canon van Nederland meer kleur en reliëf. Ziehier de reden voor deze uitgave. Met Blikken op Brabant wil Erfgoed Brabant een
aanvulling geven op de vijftig historische vensters die sinds kort een vast onderdeel uitmaken van het onderwijscurriculum. Een handzaam, prettig leesbaar boek voor
docenten, als inspiratiebron voor een aansprekend leerstofvervangend lesprogramma waarin het verleden van de eigen omgeving centraal staat.
Blikken op Brabant is een handboek dat in geen enkele docentenboekenkast mag ontbreken. Maar ook buiten het klaslokaal zal deze uitgave zijn weg weten
te vinden. Want we leren een leven lang! Graag wil ik iedereen die betrokken is geweest bij de totstandkoming van deze fraaie uitgave van harte bedanken.
De auteurs in de eerste plaats: Gerard Sonnemans, Theo Cuijpers en Jurgen Pigmans. Zij hebben onder bezielende leiding van projectleider Tera Uijtdewilligen een
monsterklus geklaard: meer schrappen dan schrijven!

Dank ook aan de klankbordgroep voor het kritische meelezen en aan de leveranciers van het overvloedige beeldmateriaal. Onmisbaar waren Appeltje-S en Graficonnect,
die zorgden voor de creatieve en technische realisatie van het boek dat nu voor u ligt.
Tot slot wil ik de provincie Noord-Brabant en de Stichting Brabants Heem bedanken voor hun genereuze bijdrage, waardoor Blikken op Brabant gratis aan de
scholen in het primair onderwijs ter beschikking gesteld kan worden.

Ik spreek de hoop uit dat Blikken op Brabant de lezer evenveel plezier en inspiratie zal geven als de makers hebben gehad in het samenstellen van deze uitgave.
Patrick Timmermans,
directeur Erfgoed Brabant
augustus 2012

Erfgoed Brabant ‘s Hertogenbosch;  
 

36. Boeknummer: 00291  
Wat onze voorouders wisten
Natuur -- Kruiden           (2020)    [Doorn Ien]
Wat onze voorouders wisten. Kruiden rondom Terheijden, Wagenberg en Langeweg

Voorwoord
‘Wat onze voorouders wisten'
Wat wij jammer genoeg al lang vergeten zijn, is wat de natuur ons allemaal te bieden heeft op het gebied van voedsel en geneeskrachtige kruiden.
Het hele jaar door geeft de natuur ons wilde planten die boordevol gezonde voedingsstoffen zitten, eetbaar en smakelijk zijn.
Onze voorouders gebruikten geneeskrachtige kruiden om o.a. maagklachten te bestrijden, bloedingen te stoppen, botbreuken te behandelen
en zelfs voor geestelijke vlieguren.

In dit boekje wordt verteld welke planten je kunt eten, welke je zeker niet moet eten en hoe ze vroeger in de volksgeneeskunde werden gebruikt.

Er geldt een aantal (ongeschreven) regels voor het wild plukken:
• Weet je het niet, dan eet je het niet. Dit omdat er ook giftige planten bestaan.
• Is een plant zeldzaam maar wel eetbaar dan laat je die staan.
• Is een plant beschermd of staat hij op de rode lijst, (hierover later meer wanneer we het over postzegelnatuur hebben) ook dan lekker laten staan.
• Wildplukken valt onder stroperij. Kleine hoeveelheden plukken wordt oogluikend toegestaan. Pluk je grote hoeveelheden, dan is dit strafbaar.

Op deze plaats wil ik Gwen van der Meer en José van Hooijdonk bedanken voor het corrigeren van kromme zinnen en andere vergissingen.
Fons de Weert bedank ik voor de vormgeving.

Recepten vindt je bij de volgende plantnummers: 1,11, 13,20, 36,53,55, 69 een aanrader: 76,93,97 en 103.

Veel leesplezier gewenst
Ien Doorn

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

37. Boeknummer: 00311  
Boekendonck, een verhaal apart
Cultuur -- Bibliotheek Boekendonck           (2020)    [Marjan van der Laken]
Boekendonck, een verhaal apart
Jubileumboekje van vrijwilligersbibliotheek Boekendonck te Prinsenbeek


Inhoud
Inleiding 5
Van idee naar werkelijkheid 8
Boekendonck 2015-2020 14
Blik op de toekomst 42
Voorgeschiedenis 46
Lijst Vrijwilligers Boekendonck 56
Colofon 58

Inleiding 6
Het is nu vijf jaar geleden dat vrijwilligersbibliotheek Boekendonck is opgericht. Aanleiding voor een jubileumboekje vonden Lucie Rijsdijk en Laura van Opstal tijdens
de kerstborrel van Thebe eind 2019.
Het accent van dit boekje ligt op de eerste vijf jaar van Boekendonck. Maar ook de voorgeschiedenis van de bibliotheekvoorziening in Prinsenbeek komt aan
bod, omdat Boekendonck hiervan een uitvloeisel is.
Bij de opening van Boekendonck op 17 oktober 2015 gaf Bekenaar Kees Nagelkerke al een inkijkje in de bibliotheekgeschiedenis van Prinsenbeek. Dat verhaal
is in een apart hoofdstuk verwerkt.
Boekendonck is inmiddels van een kleine naar een grotere ruimte gegaan met fraaie inrichting.
Een stap verder naar een dorpsbibliotheek voor iedereen en tegelijk een ontmoetingspunt: de droom van de initiatiefnemers.
Mogelijk gemaakt door de medewerking van bestuur en medewerkers van Woonzorgcomplex Thebe/Hagedonk.
Op basis van een sterke groep vrijwilligers en een groeiende belangstelling vanuit de bewoners van Prinsenbeek en Hagedonk.


Vereniging Boekendonck;  
 

38. Boeknummer: 00321  
Rondje Liesbos. Deel III
Historie -- Princenhage, algemeen           (2015)    [Kees van Endschot]
Rondje Liesbos deel 3
Zie ook 00032, 00046 en 00443 (Rondje Liesbos dl 1, 2 en 4)



Voorwoord
Voor U ligt alweer het derde deel van Rondje Liesbos dat in grote lijnen op dezelfde wijze als de eerste twee delen is samengesteld, dus met de straten die aan het Liesbos grenzen en zij die
er op uitkomen. Een extraatje in dit deel vormen de hoofdstukken van de parochie Liesbos en de geschiedenis van het Liesbos zelf.
Deel III behandelt de straten aan de zuidkant van het Liesbos. Net als in de eerdere delen beginnen de hoofdstukken van de straten met een korte beschrijving ervan.
Daarna worden de huizen, die vóór of in 1965 gebouwd zijn, een enkele uitzondering daargelaten, één voor één per straat en kant behandeld. De bewoners van de oudste panden
vanaf het bevolkingsregister uit 1811 en kadastraal vanaf 1824-1832. Hierbij ook de huizen die al jaren geleden verdwenen zijn.
Per pand beschrijven we de opeenvolgende bewoners in het boek, voor zover die bekend zijn.
Van de ene familie wat meer dan van de andere, wat minder uit de 19e eeuw en wat meer uit de 20e. Het was niet mogelijk om alle gegevens in het boek te verwerken.
Veel oude informatie komt van het Bredase stadsarchief, onmisbaar voor geschiedschrijving.
In deel III komen we in het uitgestrekte landschap verschillende bebouwing tegen, zowel buitenplaatsen, hotels, villa’s en herenhuizen, als wel boerderijen en arbeiderswoningen.
Allemaal komen ze aan de beurt, velen met foto’s herkenbaar gemaakt.
De afbeeldingen van de huizen en zijn bewoners komen voor het grootste deel van families die daar vroeger woonden en zij die de tegenwoordige woningen bevolken. Zonder hun
medewerking was het niet mogelijk dit boek te maken.
In dit deel behandelen we de volgende hoofdstukken:
1: (Oude) Liesboslaan (tussen Drielindendreef en Moerdijkse Postbaan) Blz. 3-88
2: Dwarskootsestraat Blz. 89-107
3: Liesstraat Blz. 108-192
4: Moerdijkse Postbaan (Bredase zijde tot Sprundelsebaan) Blz. 193-227
5: Parochie Liesbos Blz. 228-249
6: Het oude Liesbosch Blz. 250-267
Veel informatie uit vooral de 20e eeuw komt van mensen die met deze streek bekend zijn, ook de namen van personen op de vele groepsfoto’s in dit deel. Vooral van die afbeeldingen was
het soms moeilijk om de namen van personen terug uit het geheugen te halen. Verschillende ontbreken dan ook, terwijl er bij sommige twijfels waren. Naar mijn mening horen herkenbare
personen op foto’s met naam benoemd te worden, dat er dan vergissingen ontstaan is niet uit te sluiten.
Ik hoop met dit boek de herinneringen uit uw vroegere jaren terug te halen en de jeugdigen onder U wat bij te brengen van wie, waar en wanneer mensen in deze streek woonden en
werkten, met de manier waarop. Ik wens U veel plezier met het lezen. Als de reacties op dit deel net zo zijn als op de vorige twee, weet ik dat mijn ‘werk’ niet voor niets is geweest.
Kees van Endschot
Oktober 2015


In eigen beheer Kees van Endschot;  
 

39. Boeknummer: 00330  
Otto Smik. De Tsjechoslowaakse oorlogsvlieger die twee keer in Nederland neerstortte.
Oorlog -- Tweede Wereldoorlog, Prinsenbeek           (2019)    [Dr J. Rajlich]
Originele uitgave:'Spitfire nad Evropou'. 2004. Vertaald in het nederlands door J.D. Brinksma in 2019.
Levensverhaal van oorlogsvlieger Otto Smik met ondermeer zijn onderduikperiode in Prinsenbeek. Een rijk gedocumenteerde biografie uit de tweede wereldoorlog met veel foto's, een personenregister en noten.

INHOUD
Voorwoord.............................................................................6
Inleiding.............................................................................8
1. Otto’s jeugd in Georgië en Slowakije..............................................12
2. Betoverd door het zweefvliegen....................................................14
3. Op de vlucht......................................................................17
4. De vliegopleiding.................................................................23
5. Een bitter begin..................................................................37
6. Een veelbelovende lente...........................................................39
7. Een warme zomer...................................................................52
8. Een glorieuze herfst..............................................................70
9. Otto als schietinstructeur........................................................78
10. De tweede operationele tour......................................................81
11. Succesvol tijdens de Invasie.....................................................94
12. Confrontatie met de vliegende bommen.............................................111
13. Dienend als vluchtcommandant.....................................................116
14. Neergeschoten!...................................................................125
15. De ontsnapping...................................................................130
16. Dienend als Squadroncommandant...................................................142
17. Zijn laatste vlucht..............................................................148
18. Otto’s laatste rustplaats........................................................152
Noten ...............................................................................162
Bijlagen.............................................................................177
Afkortingen en verklarende woordenlijst..............................................190
Overzicht rangen.....................................................................193
Over de schrijver, Dr. Jiri Rajlich..................................................194
Index persoonsnamen..................................................................195
Index plaatsnamen....................................................................198
Index overige zaken..................................................................202

VOORWOORD
Zwolle, september 2019
Dit boek - een Nederlandse vertaling en bewerking van Spitfire nad Evropou van dr. J. Rajlich - is het resultaat van wat
onschuldig begon met een zoektocht naar meer informatie over de gebeurtenissen tijdens de luchtoorlog rondom Zwolle.
De Tsjechoslowaakse oorlogsvlieger Otto Smik was 22 jaar toen hij sneuvelde nabij de Bloksteeg in Zwolle-Zuid. Wie was
deze Otto Smik? Waar kwam hij vandaan? Wat dreef deze Tsjechoslowaakse piloot in dienst van de Britse Royal Air Force?
Deze vragen stelde ik mezelf ook zo’n 3 jaar geleden.
Bij mijn zoektocht naar meer details over deze Smik kwam ik in contact met de Tsjechische onderzoeker en auteur dr. Jiri
Rajlich. Van dr. Rajlich kreeg ik zijn boek Spitfire Nad Evropou (Spitfire boven Europa) uitgegeven in 2004 toegestuurd dat
hij had geschreven over het leven van Otto Smik. Aangezien dit in de Tsjechische taal was uitgegeven kreeg ik van hem
later ook het ongepubliceerde Engelse manuscript toegestuurd. Deze uitgave is de Nederlandse vertaling en bewerking van
dat manuscript.
Een aantal vragen kwam naar boven bij het lezen van het manuscript. Was Otto nu een Tsjech? Een Slowaak? Een Geor-
giër? Was hij Joods? In zowel het huidigeTsjechië als Slowakije wordt hij nog altijd gezien als een nationale held. Maar het
beste antwoord op deze vragen is wellicht dat hij boven alles een Europeaan was en streed tegen onrecht. Voor mij stond in
ieder geval vast dat het levensverhaal van Otto Smik ook naar het Nederlands moest worden vertaald en uitgegeven. Ge-
zien zijn bijzondere achtergrond en zijn onderduikperiode in Nederland verdient hij een boek opdat we hem niet vergeten!
In vogelvlucht komen alle facetten van het leven van Otto Smik aan bod: zijn jeugd in Georgië en Slowakije, de vlucht naar
Frankrijk, na de val van Frankrijk zijn vlucht o.a. via Syrië (Aleppo) en Libanon naar Engeland. Syrië en Libanon kennen
we inmiddels als landen verscheurd door burgeroorlogen. De recente beelden van de bombardementen op Aleppo en de
vluchtelingen uit Syrië staan haaks op de situatie 75 jaar geleden. Bijzonder dat het huidige verscheurde Syrië destijds een
toevluchtsoord was voor vele inwoners van Europa, op de vlucht voor de Duitse overheersers.
Otto Smik volgde zijn vliegopleiding bij de RAF in Engeland en Canada en vloog vervolgens vele missies bij verschillende
RAF Squadrons. Hij behaalde meerdere luchtoverwinningen op Duitse toestellen en crashte twee keer met een Spitfire in
Nederland.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Dit boek vertelt niet alleen het verhaal over Otto maar belicht zijdelings ook alle grote gebeurtenissen en verhoudingen van
voor, tijdens en na de oorlog en in het bijzonder van de Tsjechoslowaakse luchtmacht. Hierdoor kan het verhaal
van Otto Smik in een breder (historisch) perspectief worden geplaatst. Met uiterste zorg heb ik getracht zoveel mogelijk
het originele manuscript van dr. Rajlich te volgen en alle namen, bronnen en gebeurtenissen correct weer te geven. Bij de
beschrijving van Otto’s ‘Nederlandse periode’ heb ik wat aanpassingen en aanvullingen gedaan op basis van aanvullende
beschikbare bronnen.
Door de jaren heen is ook een aantal Nederlandse publicaties verschenen over Otto Smik gedurende zijn ‘Nederlandse pe-
riode’. In 1989 (herdruk in 2001) verscheen het boek Zij vielen rondom Zwolle, geschreven door J.L. Schotman, en in 1994
Oorlog op de Beek van Hans Luiken. In beide boeken zijn de crashes van Otto Smik in respectievelijk Zwolle en Prinsen-
beek uitgebreid behandeld. In 2013 verscheen het boek Oorlogsgeheim van bezet dorp van Rinie Maas, waarin Otto Smik
de revue passeert als onderduiker en lid van het Beekse verzel. Recenter (2018) verscheen er een interessante publicatie van
Paul de Rooij onder de titel Airmen in Zundert en Rijsbergen 1940-1945. Naast de bekende informatie over Otto Smik kwa-
men hierin verdere details aan bod over zijn onderduikperiode nabij Zundert vlak voor zijn oversteek naar de geallieerde
linies. Daarnaast zijn de missies van Otto Smik specifiek boven Nederland verder uitgewerkt op basis van de Operations
Record Books uit The National Archives en het standaard naslagwerk En nooit was het stil... deel 2 van G.J. Zwanenburg.
Voor Otto’s periode bij het 127 Squadron is gebruik gemaakt van aanvullende achtergrondinformatie uit Spitfire Diary,
geschreven door E.A.W. Smith die met Otto Smik vloog bij dit Squadron. De Noorse publicatie Spitfire Saga deel VI van
Cato Guhnfeldt geeft ook nog een interessante inkijk bij de operaties van de 132 Wing in hel algemeen en in het bijzonder
127 Squadron in de inzet boven Nederland.
Bij mijn vertaalwerk en onderzoek voor deze Nederlandse uitgave gaat mijn dank uit naar de volgende personen en in-
stellingen in willekeurige volgorde: dr. J. Rajlich, Benno Gocthals (SGLO), dhr. R. Woolderink, dhr. J. Segbers, dhr. J.
Endeman (Gemeente Raalte), dhr. V. Lansink (Utrechts Archief/NS), dhr. H. Bouwhuis (Stichting Markc Haarle), dhr. J.H.
Vermeer (SGLO), mevr. Marijke Olie-Teunissen (CVZ Zevcnaar), dhr. Tijs Kleuters (ECG Group), Paul Barmens (His-
torisch Centrum Overijssel HCO), Historische Kring Dalfsen (HKD), Nederlands Instituut Militaire Historie (NIMH),
Michal Smid (Memory of Nations), Gemeentearchief Gooisc Meren en Huizen, Antoon Meijers, Cato Cuhnfeldt (Spitfire
Saga), Jan Rabelink (Heemkundekring “op de beek”), Leonard van den Broek (Up in the Sky), Chris Muru voor de layout
van deze uitgave en in het bijzonder Thierry van den Berg (uitgeverij Flying Pcncil NL B.V.) voor het publiceren en kritisch
doorlezen van het manuscript.
Tot slot wil ik mijn familie bedanken voor hun geduid en steun bij de tot standkoming van deze uitgave.
J.D. Brinksma



Flying Pencil NL;  
 

40. Boeknummer: 00331  
Bredase Volksverhalen
Historie -- Brabant, algemeen           (2020)    [Naomi Jansen]
Verzameling van Bredase volksverhalen en teksten. Geillustreerd door Melanie Drent

INHOUD
Gedicht Alles wat was Sam Ups 4
Verhaal 1 Het spookhuis aan de Burgstsedreef 5
Verhaal 2 Herrie in ut Kielegat 17
Verhaal 3 Het behekste standbeeld van Kesteren 27
Verhaal 4 Spoken in de Klokkenberg? 35
Verhaal 5 Geheime gangen onder ons centrum 51
Verhaal 6 Wonderen en raadsels: De hostie van Niervaert 63
Verhaal 7 Een schat van een meisje (De kist met goud bij Heksenwiel) 77
Verhaal 8 De legende van de Duivelsbrug 89
Verhaal 9 De kolenbrander van het Mastbos (De legende van de zeven heuveltjes) 97
Verhaal 10 Het ontstaan van Breda en de Nassaus 107
Verhaal 11 Het trieste verhaal van de knecht van Valkenberg 119
Verhaal 12 Bloody Mary en de Drie Hoefijzers van Breda 129
Verhaal 13 De geest in het Mastboschhotel 145
Verhaal 14 De list van het Turfschip 157
Gedicht JOUW eerste Avondje NAC Maarten Akkermans 167
Extra Achtergrondinformatie 168

BREDASE VOLKSVERHALEN
Volksverhalen. Sommige zijn er al eeuwen en in Breda zijn ze er in overvloed. Ken je bijvoorbeeld
het verhaal van zeeroofster Bloody Mary, de vertellingen over de geest van het Belgische
meisje in een Bredaas hotel, de legende van de Duivelsbrug in het Ginneken of de sage van de
kist met goud in het moeras in de Haagse Beemden?
Deze verhalen dreigden verloren te gaan, omdat ze minder en minder werden gedeeld. Dankzij
de aanschaf van dit boek zorg jij ervoor dat ze juist wel voort kunnen blijven bestaan. Je
mag je als lezer dus met trots ambassadeur noemen van onze Bredase vertelcultuur en hiervoor
wil ik jou hartelijk danken!
ik wens je heel veel leesplezier en ik hoop dat je herhaaldelijk mag genieten van de prachtige
illustraties van Melanic Drent.

In dit boek lees je veertien Bredase volksverhalen en twee gedichten.
Sages, legendes, fabels, mythes en andere vertellingen vonden hun oorsprong in ons mooie stadscentrum,
op de groene landgoederen van onze gemeente of in onze prachtige stadswijken. Daarna werden ze van
generatie op generatie aan elkaar overgedragen. Deze verhalen zijn in een modern jasje gestoken met
behulp van begrijpelijke taal, voor jong en oud en voor groot en klein.
Sommige zijn gekoppeld aan het heden en voor andere verhalen is dichterbij de tijd gebleven waarin ze
voor het eerst verteld zijn.
Dit boek is gemaakt voor en door Bredanaars. Het is voorzien van illustraties van Bredase kunstenares
Melanie Drent en ontworpen door Bredase vormgever Joost van Dorst.
Auteur Naomi Jansen (1986) is ook een geboren en getogen Bredanaar, die is opgegroeid in de Haagse
Beemden. Dit is haar eerste boek.
Naomi staat sinds 2010 voor de klas als docent Nederlands. Momenteel werkt zij op de Graaf Engelbrecht
in Breda. Al een tijdje leest zij zelfgeschreven verhalen voor aan haar leerlingen en ze merkt dat zij
het enorm leuk vinden als deze verhalen zich afspelen in de stad waar ze op school zitten.

Bredase volksverhalen;  
 

41. Boeknummer: 00333  
Rinus Rasenberg. De zingende dierenarts
Cultuur -- Cabaret           (2020)    [Rinus Rasenberg]
Leven en werk van dierenarts en liedjesschrijver en performer Rinus Rasenberg uit Wagenberg.
Met veel fot's en liedteksten.

INHOUD
Voorwoord ...................................................... 5
Inleiding ...................................................... 6
1. Oorlogskind................................................. 9
2. Ons boerengezin ............................................ I I
3. Dieren op de boerderij .................................... 17
4. De katholieke kerk .........................................22
5. Kleine karweitjes voor de kinderen..........................27
6. De lagere school .......................................... 33
7. Sporten Lagere school...................................... 39
8. Watersnoodramp 1953 ........................................ 41
9. Het vertier in het dorp van toen............................43
10. Middelbare school .........................................49
11. Mijn broers en zussen .....................................55
12. Sporten middelbare school .................................62
13. Vertier en jeugdliefdes in Made ...........................65
14. Diensttijd ................................................69
15. De tijden veranderden..................................... 74
16. Naar Utrecht ............................................. 77
17. Praktijk in Culemborg .................................... 89
18. Praktijk Roermond .........................................92
19. Jaren 80................................................. 102
20. De kinderen van een dierenarts........................... 107
21. Slot Thuis ............................................... HO
22. Het Artiestenbestaan .................................... 113
23. Hoezo Roermond? ......................................... 125
24. Roermond en zijn rampen ................................. 130
25. Sporten in Roermond ..................................... 133
26. Dierenarts of protestzanger? ............................ 141
27. Jaren na 2000 ........................................... 145
28. Activiteiten in Brabant ................................. 157
Uitgaven Rasenberg creatief .................................. 162

VOORWOORD
Als een kind op de elfde van de elfde geboren wordt en zijn vader vergist zich de andere dag met het opgeven van de preciese geboorte-
datum op het gemeentehuis en als de initialen van de pasgeborene R.R. toevallig dezelfde zijn als Rolls-Royce, dan moet er wel iets bijzonders
aan de hand zijn.
En dat is later wel gebleken, inderdaad: Rinus Rasenberg was geboren!
Het is maar goed dat hij geen zoon van een dominee was, want dan was hij ongetwijfeld een zeer bekende Nederlander geworden en zou hij
ergens in een verbouwde boerderij in het Gooi wonen, onbereikbaar voor iedereen.
Maar gelukkig is hij in een boerengezin geboren en is hij een normale Bekende Nederlander geworden.
En dat is toch echt de moeite waard om een boekje over te schrijven.
Rinus Rasenberg, een verhaal apart.
Rinus schreef de tekst, Fons de Weert deed de vormgeving en Ed Oud de eindredactie, waarvoor dank.
Johan Bax

Rinus Rasenberg
Rinus is geboren in Wagenberg, dorpje in West-Brabant, op de grens van zand en klei.
Zijn vader was boer.
Rinus is ook altijd boerenzoon in denken en doen gebleven.
Hij ging diergeneeskunde studeren in Utrecht.
Hij heeft meer dan dertig jaar als praktiserend dierenarts gewerkt in Limburg.
En dat was allerminst saai.
Na tien jaar praktijk doen bloeiden zijn artistieke aspiraties weer op.
Hij ging liedjes en verhalenbundels schrijven over boeren en beesten.
De tijd was er rijp voor.
Door zijn kritische opstelling kwam Rinus vaak in de publiciteit Al zingend klonk zijn boodschap zachter maar dieper door.
Aan fanatieke doordravende dierenbeschermers en milieuactivisten, had hij een hekel. Maar vooral de organisaties, die de boeren dreven tot
schaalvergroting en uitbuiting van dier en milieu moesten het ontgelden.
Met regelmaat werd hij in het land gevraagd om op te treden met zijn agrarisch cabaretprogramma.
Zijn naam werd snel gevestigd.
Ruim 20 jaar ging hij als de zingende dierenarts door het leven.
Naast zijn eigentijdse kritisch repertoire, zong hij ook over het verleden.
Over het platteland, de plattelandsdokter, de oude boerderij met zijn mesthoop, over zijn moeder en het boerendorp.
Sinds enkele jaren woont Rinus weer in West- Brabant aan de rand van de Biesbosch.
Dit unieke natuurgebied heeft hem geïnspireerd om het in films, musicals en verhalenbundels te verheerlijken.
Ook richtte hij zijn aandacht op kinderen met o.a. twee kindercd’s en enkele jeugdmusicals.
Burgemeester Gert de Kok eerde hem met de onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Hij was daar verlegen trots onder.
En., in al die hectische jaren trouw en liefdevol ondersteund door zijn wijze vrouw.

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

42. Boeknummer: 00396  
Gedichten en liedjes Over en Uit Etten-Leur
Cultuur -- Gedichten           (2015)    [Jos Martens]
Gedichten en liedjes Over en Uit Etten-Leur

Inhoud
Voorwoord
Inleiding
Gedichten en Liederen over:
1. Etten-Leur
2. Gilden
3. Kerstmis
4. Agrarische sector
5. Eerste vliegtuigopstijging
6. Geboorte
7. K.S.E.
8. Sint Lambertuskerk
9. H.Hartkerk
10. K.V.O.
11. Moord in Etten
12. Leur
13. Annie Vergouwen-van Unen
14. Sus Aarts, de volksfilosoof
15. Pieter Mol
16. Claude Covemaeker
17. Eveline Wit
18. Toine Nooijens
19. Rinus Oerlemans
20. Marie Dekkers - de Bruin
21. Lientje Dekkers - de Bruin
22. Herbert Mouwen
23. Valerie Hummel
24. Paula Copray
25. Bart Adams
26. Johan Jaspers
27. Allerlei
28. Verklaringen
29. Gebruikte bronnen en literatuur

Voorwoord
Voor u ligt het boek 'Gedichten en liederen over Etten-Leur' dat is samengesteld door de Heemkundekring Jan uten Houte
• Deze bundel bevat een unieke verzameling gedichten en liederen gemaakt door mensen met een passie voor poëzie èn voor Etten-Leur •
Het is een prachtige verzameling • Elke bijdrage geeft een eigen en unieke kijk op gebeurtenissen in onze gemeente door de jaren heen • De vele gedichten
en liederen schetsen op even zoveel verschillende manieren een mooi beeld van een stukje geschiedenis van Etten-Leur • Door het lezen van de diverse werken
ga je steeds meer houden van dit prachtige dorp • Dit boek is een prachtige aanvulling op de vele historische publicaties van de Heemkunde Kring Jan uten Houte
• Door de jaren heen heeft zij een schat aan gegevens over Etten-Leur verzameld en heeft zij daarover al vele publicaties uitgebracht • Daarmee bevordert
zij de belangstelling voor en de kennis van deze mooie plaats. Namens het gemeentebestuur wil ik de Heemkundekring van harte feliciteren met deze prachtige bundel •
De lezer wens ik graag veel plezier met het lezen van deze bijzondere bundel •
J.P. van Hal.
Wethouder van Etten-Leur.

Inleiding
Bij het samenstellen van dit boek wilde ik aanvankelijk alleen maar gedichten opnemen, maar allengs kwam ik er achter, dat er ook veel liederen iets te zeggen hadden
over onze gemeente.
Wat waren mijn selectiecriteria? Wel, het moesten in mijn ogen gedichten of liederen zijn, die het verdienen om over een x-aantal jaren nog gelezen te worden, omdat ze
van historische betekenis voor Etten-Leur (kunnen) zijn. Het gaat over poëzie waar niet alleen nu, maar ook morgen van genoten kan worden.
Bovendien dienen gedichten toegankelijk te zijn. Het moet in één keer te begrijpen zijn. Ze moeten herkenbare beelden of emoties verwoorden. Poëzie moet “lopen”.
Het is muziek in woorden.
Een gedicht behoeft ook niet per definitie kort te zijn. Soms worden er verhalen verteld of geschiedenissen opgerakeld. Uiteraard nemen die meer plaats in beslag.
Door deze gedichten hier af te drukken, bereiken we misschien een groter publiek, dat de eigen vriendenkring van de dichter overstijgt.
Poëzie kan over alle thema’s gaan. En dat is hier ook het geval. In dit boek staan gedichten over de gemeente Etten-Leur, jubilea, de eerste vliegtuigopstijging, de Leur,
bekende Etten-Leurenaren, voetbal, Etten-Leurse dichters enz.
Natuurlijk is dichten niet alleen iets voor lichtgewichten. Iedereen kan het. Met taal kun je zoveel. Met taal kun je er bijvoorbeeld voor zorgen, dal er bij anderen
bepaalde gevoelens van herkenning ontstaan. Gedichten kunnen die uitwerking hebben, als ze goed zijn.
Diverse gedichten zijn in het dialect van Etten-Leur weergegeven. Dan wordt er soms van het dialect gebruik gemaakt om het plaatselijke en het humoristisch effect meer
te benadrukken. Of om de strekking
van het gedicht beter te laten uitkomen.
De gedichten in dit boek zijn voor zover mogelijk opgenomen in overleg met de rechthebbenden.
De gedichten zijn afgedrukt zoals zij zijn aangeleverd door de dichters of zoals zij stonden afgedrukt in de diverse regionale bladen.
Voor de samenstelling ben ik uiteraard zelf verantwoordelijk, maar voor de technische adviezen en uitwerkingen was ik helemaal aangewezen op Peter van de Korput en Rob Schrauwen.
Hartelijk dank!
Jos Martens

 Heemkundekring Jan Uten Houte;  
 

43. Boeknummer: 00398  
Het Carnavalsboek. Van Lentefeest tot festival
Bak-van-boemeldonck -- Algemeen           (2014)    [T. Franssen, S. Mattheijssen]
Het Carnavalsboek. Van Lentefeest tot festival

Inhoudsopgave
Voorwoord 4
1. Van Lentefeest tot... 9
2. Carnaval in de wereld 29
3. Remedie tegen heimwee 47
4. Het vijfde jaargetijde 51
5. Limburg 71
6. Noord-Brabant 119
7. Overig Nederland 161
8. Carnaval in Vlaanderen 195
9. De toekomst van carnaval 227
Carnavalsbegrippen 246
Bibliografie 253
Auteurs 256


Voorwoord
Herhaaldelijk ben ik de laatste tien jaar benaderd met de vraag, of er een herdruk komt van het boek ‘Alaaf, Carnaval in Nederland en België' uit 1984. Mijn ant-
woord was steeds, dat de veranderingen, die sindsdien zijn opgetreden in de carnavalsviering zodanig zijn naar aard en omvang, deels als gevolg van allerlei maat-
schappelijke veranderingen, dat het boek onvoldoende eigentijds zou zijn, zonder een ingrijpende herbewerking. Nog belangrijker was. dat mijn coauteur Gerrit
Gommans, die er als drijvende kracht voor zorgde dat we het boek binnen de gestelde termijn konden voltooien, in 1995 helaas te jong is overleden. Toen ik
na lang aarzelen en veel aandrang toch besloot tot een heruitgave, bleek dat uitgever ‘Het Spectrum' niet meer actief was in deze markt. Het vinden van een andere uit-
gever onder acceptabele condities was uiteindelijk ook niet haalbaar. Pas toen Sander Mattheijssen mijn pad kruiste en bereid was met mij in zee te gaan, kwam er
schot in de zaak. We besloten het boek in eigen beheer uit te gaan geven. Hierbij zijn we op een voortreffelijke manier ondersteund door Wielaard Media. De overeen-
komst tussen Sander en mij is dat we beide, begeesterde carnavalisten zijn. We delen de overtuiging dat carnaval een volksfeest is. dat met zorg gekoesterd moet worden
en voor de toekomst bewaard moet blijven.
Op de veranderingen, zal in het slothoofdstuk uitvoerig worden ingegaan, alsmede op het onderzoek gebaseerd op een vragenlijst die door ruim 1.300 verenigingen
uit Nederland en Vlaanderen is ingevuld. Deze ‘vitaliteitsmeter' heeft ‘harde’ gegevens opgeleverd over de vitaliteit van de eigen vereniging en over die in
haar omgeving. Daarnaast hebben de verenigingen hun subjectieve kijk op de eigen toekomst kenbaar gemaakt. Het onderzoek is qua omvang en opzet uniek.
Tot de belangrijke veranderingen behoren de enorme toename van het aantal ondersteunende verenigingen, zoals muziekkapellen en garde- en showdans-groepen.
Ze hebben de kleurrijkheid en dynamiek van dit feest wezenlijk vergroot en gezorgd voor jeugdig elan.
Verenigingen blijken ook met hun tijd mee te gaan. Het overgrote deel heeft websites met informatie over de organisatie, het programma en de geschiedenis. Daar
is in deze publicatie van geprofiteerd. Opmerkelijk is verder het jaarlijks toenemende aantal verlichte optochten en het ontstaan van tal van bovenlokale
manifestaties, waarvan overigens aantoonbaar een zuigende werking uitgaat.
Een belangrijke maatschappelijke verandering met gevolgen voor de carnaval zijn de gemeentelijke herindelingen. Sinds 1984 verminderde in Nederland
het aantal gemeenten met de helft: van 811 tot 403. In België was de ingreep in 1977 nog veel drastischer; het aantal gemeenten veranderde in dat jaar in één klap
van 2.359 tot 596. Bij de gevolgen voor dit volksfeest, waarin volk staat voor de vaak kleine lokale gemeenschap, zal worden stil gestaan. Ook de verminderde
beschikbaarheid van accommodaties en de enorme teruggang van het aantal cafés is vaak een probleem.
Om te 'dweilen’ zijn er nu eenmaal minimaal twee nodig. Ook voor de wagenbouw doemen in steeds meer plaatsen problemen op.
In dit boek is niet alleen veel aandacht besteed aan de algemeen bekende carnavalssteden, de 'krenten uit de pap’. Gepoogd is het complete carnavalslandschap in
kaart te brengen. Dat hield in, ook de viering in kleine kernen kort aanstippen. Immers, van de optochten in Nederland trekt een derde deel in plaatsen met
minder dan 2.000 inwoners en de helft in plaatsen met minder dan 5.000 inwoners. Hun optocht is de jaarlijkse uitroep: Wij zijn er ook nog! Daardoor zijn
sommige delen van het boek onvermijdelijk een beetje opsommerig’ geworden. Dat beeld wordt nog eens versterkt, omdat er bewust voor is gekozen het boek
een documentair karakter te geven, met als gevolg veel jaartallen. De 'democratische’ uitbreiding in de breedte is niet ten koste gegaan van de uitbreiding in de diepte:
het nieuwe boek telt ongeveer 100 pagina's meer dan het oude. Deze aanpak levert een vrij compleet beeld op van het actuele aantal verenigingen en van de
veranderingen daarin. Die zijn kort samengevat in twee tabellen. Het boek kan daardoor als ijkingsmoment en vergelijkingsbasis voor de toekomst dienen.
Hoewel de carnaval een feest is voor het oog, is er terughoudend omgegaan met het plaatsen van foto’s.
De inhoudsopgave van het boek spreekt voor zich en sluit aan bij het vorige boek. Bij de lokale beschrijvingen zijn nogal eens historische wetenswaardigheden
gedebiteerd. Dat is gedaan om te illustreren dat carnaval, of liever Vastenavond, niet van gisteren is. Ook hoop ik daarmee verenigingen aan te sporen, bij het
documenteren van de lokale carnaval, ook aandacht te besteden aan de ‘prenatale fase’, de viering vóór dat de huidige vereniging werd opgericht. Die benadering zal
vaak bewijzen opleveren over oud immaterieel cultureel erfgoed. Veel ouder dan de oprichtingsdata van de besproken verenigingen.
Het slothoofdstuk telt drie delen: Een uitvoerige analyse van de resultaten van het verrichte onderzoek. Een beschrijving van belangrijke veranderingen in de
carnavalsviering en van daarvoor relevant geachte veranderingen in de samenleving. En een sterkte - zwakte analyse van het volksfeest carnaval, uitmondend in een
visie op de toekomst.
Hét Carnavalsboek maken en uitbrengen was alleen maar mogelijk dankzij de steun van velen. Iedereen die een bijdrage heeft geleverd met naam en toenaam
bedanken is onmogelijk. Op de eerste plaats komen evenwel de 1.300 verenigingen die de vragenlijst invulden, of op een andere wijze informatie verstrekten en
carnavalskranten en foto’s opstuurden. Vervolgens de overkoepelende carnavalsorganisaties voor hun steun en bemiddeling, mevrouw 1. Stronken van het V1E
en Prof. Dr. St. Top van Leca voor hun aanbevelingsschrijvens, de Fontys Hogeschool Venlo die studenten beschikbaar stelde voor het invoeren van de gegevens
in de computer en docent Bart Titulaer die menig uur behulpzaam was bij het analyseren van de gegevens, Gé Detillon voor zijn bijdrage als corrector en Marcel
Wielaard met zijn team voor alle ondersteuning rondom deze uitgave. Maar zoals gezegd, er zijn zoveel meer mensen aan wie wij dank verschuldigd zijn.
De voornaamste dank gaat uit naar Sander Mattheijssen voor de honderden uren die hij in deze publicatie heeft gestoken. Zijn geduld is vaak door mij
op de proef gesteld, maar dat liet hem niet weerhouden samen met mij deze klus te klaren. Ook namens hem wens ik u veel leesplezier met ‘Hét Carnavalsboek, van
lentefeest tot festival’.
Theo Fransen
PS: Ik heb er bewust voor gekozen om consequent ‘de carnaval’ te schrijven in plaats van ‘het carnaval'.

Wielaard Media i.s.m. BLAUW communicatie;  
 

44. Boeknummer: 00399  
Scheepvaart en visserij, verleden en heden in Zwaluwe, Made, Drimmelen en Moerdijk
Historie -- Brabant, algemeen           (2016)    [Diverse]
Scheepvaart en visserij, verleden en heden in Zwaluwe, Made, Drimmelen en Moerdijk
Gezamenlijke uitgave van de Heemkundekringen Made en Drimmelen, Moerdijk en Hooge- en Lage Zwaluwe

VOORWOORD
'Ik.... Schipper naast God ...' Dat stond te lezen in een vrachtbrief die hedendaagse oud schipper Leen ten Haaf aan boord van het
vrachtschip 'Variant' tijdens de opening van het Themajaar 'De Scheepvaart van Vroeger en Nu' uit zijn archief haalde en ons liet
lezen. Dat fascineerde! Een zakelijke overeenkomst, dat is een vrachtbrief immers, waarin de schipper zich met zoveel woorden tot
'Schipper naast God' verklaarde. Die verklaring is beladen, klinkt als een stil gebed. Daaruit blijkt ook dat het leven van een schipper niet
vanzelfsprekend verliep en zonder Gods hulp zelfs gedoemd kon zijn.
Het leven van een schipper en zijn gezin was elke dag een uitdagingen vol met grote risico's. De schippers moesten niet alleen omgaan
met de complexe bedrijfsvoeringen en administraties, tijds- en reisplanningen, het al dan niet verkrijgen van vrachten, motorpech
en scheepsaverij en schade aan zeil en tuigage , maar ook met de weersomstandigheden waaronder het getijde, bederf van de vracht
of het niet op tijd kunnen leveren. Daarnaast was ook de doorlopende zorg voor het gezin en de meevarende matrozen elke
dag weer vol aanwezig. Monden moesten nu eenmaal gevoed worden.
Als de hedendaagse mens dan bijvoorbeeld over het prachtige Beverpad langs de Amer tussen Lage Zwaluwe en Drimmelen
wandelt, is men zich daar niet meteen van bewust. De langsvarende schepen komen inmiddels uit verre Europese landen en varen over
de Amer af en aan. Een dagelijkse routine van modern materieel. De 'Schipper naast God' lijkt dan uit een ander tijdperk te stammen.
We zijn het ons dan niet echt meer bewust, maar de scheepvaart was en is van een ongekend grote betekenis voor onze hedendaagse
economie en welvaart. In een tijd dat er geen vrachtwagens en er amper bruggen waren, was behalve vervoer over water alleen
vervoer over de weg, en dan te voet of per paard en wagen mogelijk.
Daarom werden vrachten met enige omvang altijd per schip vervoerd. Dat ging tot in de 20ste eeuw per zeilschip of trekschuit en
later per stoomschip of motorschip. Ook het personenvervoer werd aldus geregeld. In de 19de eeuw was in ons land het vervoer per
trekschuit veel comfortabeler en populairder en dan per koets.
Scheepvaart maakte economische groei mogelijk door het ontsluiten van gebieden en creëerde daardoor economische mogelijkheden en
ontwikkelingen. Zonder scheepvaart zouden er b.v. nimmer Hanzensteden zijn ontstaan en zouden nooit bepaalde gebieden (ook
in het verre achterland) zijn geëxploiteerd. Een goed voorbeeld uit onze regio is De Biesbosch. Dat gebied was alleen over het water
bereikbaar. De gehele griendcultuur was derhalve direct afhankelijk van scheepvaart. En door de griendcultuur konden weer andere
projecten gerealiseerd worden zoals rietdekkers, mandenmakerijen, hoepelmakerijen maar ook de Deltawerken. Het funderen van de
bedijking was enkel mogelijk dankzij de zinkstukken van wilgentenen, rijshout en riet wat per schip vanuit de Biesbosch naar
de Oosterschelde en Haringvliet werd vervoerd. Ook andere industrieën en nijverheid werden ontwikkeld dankzij het bestaan van
scheepvaart. Hele dorpen en steden waren daarom direct afhankelijk van scheepvaart.
En zoals gezegd ontwikkelde er zich binnen de schippersfamilies die elke dag met huis en haard onderweg waren, natuurlijk ook eigen
tradities, cultuur en mores. Dat was nodig omdat er structuur moest komen om werk, familie en reizen te kunnen combineren. Dat maakt
de geschiedenissen en overgeleverde verhalen van schippersfamilies uitzonderlijk interessant. Maar niet alleen de schippersfamilies, ook
de historie van de schepen die vaak in het bezit waren van diverse families, is heel bijzonder. Deze schepen maakten de economische
ontwikkelingen mee, maar ook de oorlog en de confiscaties. Zij ondergingen 'moderniseringen' en werden veelvuldig aangepast aan
de soorten vracht die ook van jaar tot jaar kon veranderen. Gelukkig zijn er m.b.t. families en schepen nog veel archiefstukken en
fotomateriaal beschikbaar en zijn er vele erfgoedkenners die zich op dat gebied toeleggen en onderzoek doen.
Hooge en Lage Zwaluwe, Drimmelen en Moerdijk ontlenen hun identiteit onmiskenbaar aan met name de scheepvaart en de
mogelijkheden die scheepvaart voor de ontwikkeling van de dorpskernen en achterlanden door de eeuwen heeft geboden. Dat
stempel kan zwaar genoemd worden: feitelijk ontstonden de samenlevingen en de daarbij behorende sociale identiteit en
culturele diversiteit rond de havens en was iedereen (indirect) afhankelijk van scheepvaart, tot aan de postbode en het
gemeentebestuur toe.
Om die reden hebben de Heemkundekring Made en Drimmelen, de Stichting Heemkunde Moerdijk, en onze erfgoedvereniging gemeend
om voor 2016 'De Scheepvaart van Vroeger en Nu' tot gemeenschappelijk thema te nemen. De aandacht voor het 'Varend
Erfgoed' is immers van cruciaal belang voor het behoud van dit erfgoed voor toekomstige generaties.
Daarom zijn wij als historische organisaties dankbaar en trots op deze gezamenlijke uitgave, omdat dit thema dankzij onze samenwerking
en het bundelen van onze gezamenlijke kennis tot een succes wordt waardoor varend erfgoed een vaste plaats zal kunnen innemen in
onze historische beleving. Wij danken onze zusterorganisaties Heemkundekring Made en Drimmelen en Stichting Heemkunde
Moerdijk dan ook voor deze coproductie!
De samenstellers van het boekje, Ada Peele en Matti Herben hebben met grote deskundigheid een prachtig verhaal weergegeven. We
wensen u veel plezier met het lezen en hopen dat deze bijdrage de 'Schipper naast God' nog in vele harten zal blijven voortleven!
Otte Strouken-Busink
voorzitter Erfgoedvereniging Heerlijkheid Hooge en Lage Zwaluwe

Nawoord
Dit boekje schetst de rijke historie van scheepvaart en visserij in de dorpen Hooge en Lage Zwaluwe, Moerdijk, Made en
Drimmelen. De drie heemkundekringen van de genoemde plaatsen kozen 'scheepvaart' als thema voor 2016.
Eind 2015 werd in de haven van Lage Zwaluwe aan boord van de 'Variant' het themajaar geopend. Het gezamenlijke initiatief
van de drie heemkundekringen werd door de gemeente Drimmelen gehonoreerd met een cheque van 2.000 euro. Ook
het Prins Bernhard Cultuurfonds doneerde een mooi geldbedrag om in 2016 ruime aandacht te besteden aan scheepvaart in de
meest brede zin van het woord. Dat zal dit jaar gebeuren door onder andere het geven van lezingen, het inrichten van
tentoonstellingen en het uitgeven van dit boekje.
Als samenstellers van het boekje willen wij iedereen die ons teksten, foto’s, boeken en andere gegevens heeft aangereikt,
teksten kritisch heeft gelezen of op andere wijze aan dit boekje heeft bijgedragen daarvoor hartelijk danken. Een bijzonder
woord van dank aan Leen te Haaf voor de efficiënte coördinatie.
Wij hebben met plezier aan de totstandkoming van dit boekje gewerkt en hopen dat het ook met plezier zal worden gelezen.
Matti Herben en Ada Peele

Heemkundekringen Made en Drimmelen, Moerdijk en Hooge- en Lage Zwaluwe;  
 

45. Boeknummer: 00400  
Joost Johannes Julius (tekenaar, schilder, beeldhouwer, muzikant)
Personen -- Personen e-f-g-h           (2016)    [Erven J.J.J. van den Hoven]
Joost Johannes Julius (tekenaar, schilder, beeldhouwer, muzikant)
Gedenkboek Joost Johannes Julius van den Hoven 1960-2015

Index
1 Engel (voorkant). Muzebal Etten-Leur, 1987.
5 Zelfportret. Ets. Voor 1985.
7 West-Brabants landschap.
8 Oldtimer.
10 Schoolagenda KSE. 1975-1976.
11 De nieuwbouw. Schoolkrant KSE, 1974-1975.
12 Model kajuitjacht
15 Kliemaks.
16 Klarinet op caféstoel.
17 Cornet in koffer.
18 Motorrijder, schets.
19 Racefietser.
20 Zelfportret.
21 Motorrijder in Frankrijk.
22 Stilleven met Ricardfles.
23 West-Brabants landschap.
24 Stilleven met groenten.
25 Stilleven met vissen.
26 Vogel, ets, diepdruk.
27 Vogel, ets, hoogdruk.
28 Kistjes en ouwe-stompstok.
30 Kistjes, houtskooltekening.
31 Ouwe-stompstok, 1986.
32 Schetsen uit militaire dienst, 1985.
34 Schetsen uit militaire dienst, 1985.
36 Schetsen uit militaire dienst, 1985.
39 Man met vogels. Potloodtekening.
40 16 versleten voorbladen; 74 kransjes.
42 Cartoon aap in wc.
43 Cartoons notarisvocabulaire voor
Tekstblad, 2000.
44 Cartoon voor Niet zuigen maar blazen.
45 Cartoon voor Niet zuigen maar blazen.
47 Kleine wagen. Karton, papier-maché, hout,pvc, acrylverf, 1989.
39 Moeke Medelij.
62 Celuksvogeltje. Poëziealbum Lien, 2005.
64 Cartoons Florijn College, 2000.
66 Gereedschap woonkamer Poelsstraat 14.
68 Schetsen voor project Acht gebroeders.
73 Schetsen voor project De neus van de reus.
80 Schipbreukeling, schets.
81 Televisiekijkers.
82 Fietstocht naar Rome.
83 Schetsen voor stripverhaal.
84 Schetsen voor stripverhaal.
87 Her avondconcert, stripverhaal.
99 Piet Schroot, stripverhaal.
107 Werk in uitvoering, stripverhaal.
110 Schetsen voor stripverhaal.
111 Schetsen voor stripverhaal.
112 Marionet Fernandel met harmonica, 1984.
114 Trompetles, schets.
115 Trompet met handen, potloodtekening.
117 ....Marionet Fernandel, 1984.
118 Op zoek naar romantiek. Liedtekst Guido Belcanto, 1991.
119 Echte mannen scheren zich niet elektrisch. Liedtekst Guido Belcanto, 1991.
120 Halleluja ze is van mij! Liedtekst Raymond van 't Groenewoud, 1991.
121 Bostella. Liedtekst Raymond van 't Groenewoud, 1991.
122 Herneem de twist. Liedtekst Raymond van 't Groenewoud, 1991.
123 ’t Zal bal zijn! Carnaval, Etten-Leur.
124 ’t Zal bal zijn, schets.
125 Take the A-train, zeefdruk, 1995.
126 No dogs allowed.
127 Sint Cecilia.
128 Kleur-, knip- en plakplaat. Muzebal Etten-Leur, 1988.
129 Trapezist. Muzebal Ecten-Leur, 1988.
130 Affiche West Side Story. Amor Musae,Prinsenbeek, 1988.
131 Affiche Kermisconcert Amor Musae,Prinsenbeek, 1994.
132 Plakbandjesding. Werkvoorbeeld Scala College.
135 Sammie. Wanddecoratie Scala College.
137 C-HO modificated by JOHO. Uitgewerkt voorbeeld.
138 C-HO modificated by JOHO. Werktekening.
139 Waxinelichthouder. Werkvoorbeeld Scala College.
141 Vogel(voeder)huisjes. Werk van leerlingen Scala College.
143 Haardhout met arm.
145 Man met hout, 2013. Foto: Peter Luyten.
146 Voorbereidingen voor Man met hout, 2013.
147 Schip tussen dukdalven.
148 Duo van hout.
149 Man met regenjas.
150 Meisje met hond.
151 Staande man.
152 Man met geheven been.
153 Tubaspeler, aardewerk.
154 Interieur Poelsstraat 14, Etten-Leur.
155 Profielfoto Facebook.
160 Engel (achterkant). Muzebal Etten-Leur, 1987.

Woord vooraf
En toen moesten we zijn huis leegruimen. Hij had alles bewaard. Zijn zwemdiploma's vijf gitaren, agenda's van de middelbare school, twee dozen vol
salarisspecificaties, een tekentafel, isolators van hec Belgisch elektriciteitsnet, een plunjezak met zijn uitrusting van militaire dienst... Gelukkig was
alles wat hij ooit zelf had gemaakt er ook: zijn tekeningen, schilderijen, schetsen, beelden, strips, liedjes, contrapties en bedenksels.
We hebben veel spullen weg moeten doen. Met alles wat werd weggedaan of weggegeven, verdween iets van hem uit de wereld. Dit boek is er om iets van
joost — JoHo, JJJ, Julius, Jules — aan de wereld terug te geven.
Het is een bladerboek geworden, met veel plaatjes en weinig tekst. Het begint met een selectie van werk dat hij maakte in zijn jeugd en tijdens zijn opleiding.
Zijn latere werk is gegroepeerd in een aantal thema's. Achtereenvolgens zijn dat diensttijd, gags en gekke ventjes, onaffe projecten, strips, muziek,
didactiek en beelden. Tussendoor lichten enkele mensen de achtergrond toe van werkstukken van Joost. Zelf komt hij ook aan het woord, via aantekeningen die
hij maakte in zijn opschrijfboekjes. Achterin staat een bescheiden verantwoording van de context waarin het getoonde werk functioneerde en het jaar waarin het
vermoedelijk gemaakt is. Joost signeerde zijn werk niet altijd.
We vonden dat het boek exclusief moest zijn: er zijn maar 500 exemplaren van gedrukt. U hebt er een.
Wij danken allen die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van dit boek. Martin Maes, Lien van den Hoven, Ineke van den Hoven-van den Broek en Chris van
den Hoven danken wij voor hun teksten. Vormgeefster Christel Bouwmeester-Wassenaar danken wij voor haar inzet om er een moo, boek van te maken.
Urbain Servranckx, Raymond van ’t Groenewoud en Guido Belcanto danken wij voor hun toestemming om hun teksten op te nemen.
Prinsenbeek, september 2016
Jan, Ria, Peer, Luc, Angeniet

 Wilco Arts Books;  
 

46. Boeknummer: 00401  
De grote oorlog 1914-1918. Kroniek 1914-1918. Deel 32
Oorlog -- Eerste wereldoorlog, algemeen           (2016)    [Redactie L. Dorrestijn, H. v.d. Linden, P. Pierik en R.J. de Vogel]
De grote oorlog 1914-1918. Kroniek 1914-1918. Deel 32. Essays over de Eerste Wereldoorlog

INHOUD
7 VOORWOORD: VAN DE VOORZITTER STICHTING STUDIECENTRUM EERSTE WERELDOORLOG.
11 INLEIDING: VAN DE EINDREDACTEUR.
13 OVER DE AUTEURS
17 JACCO PEKELDER: WILHELM DE LAATSTE. DE DUITSE KEIZER EN ZIJN ADJUDANT IN BALLINGSCHAP IN NEDERLAND 1918-1941.
29 GASTON EYSKENS: PRINSENBEEK IN DE EERSTE WERELDOORLOG.
35 MARCEL PORTEGIES: GEVLUCHTE BELGISCHE KLOOSTERLINGEN EN ZIEKEN IN VEGHEL, 1914-1919.
65 ANK VAN ALTEN: J.P.A. WILHELM (1864-1948). OVERSTE BIJ UITSTEK: EEN LEVENSSCHETS.
97 MICHIEL DE HAAN: DE SOMME IN DE NEDERLANDSE PERS.
217 LUC VANACKER: WAARACHTIGE GESCHIEDSCHRIJVING. (Eerder verschenen in ‘Shrapnel’, vierde kwartaal 2015, WFA België)
227 FREDDY VANDENBROUCKE: DIE KATRIN WIRD SOLDAT. ADRIENNE THOMAS(Eerder verschenen in ‘Shrapnel’, vierde kwartaal 2015, WFA België)
251 RIAN VAN MEETEREN: DE SLAG OM LUIK, 4-16 AUGUSTUS 1914.
267 FREDDY VANDENBROUCKE: LES EPARGES. (Eerder verschenen in ‘Shrapnel’, vierde kwartaal 2015, WFA België)
293 LEO VAN DER VLIET: DE BESTORMING VAN LE QUESNOY DOOR DE 3e NEW ZEALAND RIFLE BRIGADE OP 4 NOVEMBER 1918.
317 TOM VAN HOOFF: ‘MEN HEEFT SOLDAAT BORICAL TERUGGEVONDEN...’
339 INDEX

VOORWOORD BIJ KRONIEK 32
In het jaar 1916, dus precies honderd jaar geleden, gebeurde er aan de fronten van de Eerste Wereldoorlogen in het politiek bedrijf daaromheen enorm
veel. Zware gevechten aan het Zuidfront waar de Italianen de Oostenrijkse legers aan de rivier de Isonzo bevechten. Aan het Oostfront eveneens zware
gevechten met de Russische legers. Aan het hof van Rusland wordt de beschermheer van de tsaar en tsarina, Raspoetin, die grote invloed had op
politieke benoemingen, vermoord. En in Engeland wordt in de loop van het jaar David Lloyd George de nieuwe premier van het land.
Ook in het Midden-Oosten wordt gevochten. Daar strijden de Arabieren tegen de Turken die bondgenoot van Duitsland zijn. De legendarische figuur
'Lawrence of Arabia' wordt adviseur van prins Feisal en krijgt als opdracht contacten te leggen tussen de Arabische leidingen het Britse establishment.
Het is een ware wereldoorlog geworden en die oorlog wordt in het jaar 1916 vooral gekenmerkt door de verschrikkingen aan het Westfront.

Het jaar 1915 was voor de geallieerden aan het Westfront niet al te best verlopen en dit was aanleiding geweest voor de Franse generaal Joffre een
conferentie met alle geallieerde landen te beleggen om het initiatief in 1916 weer terug te krijgen en de oorlogskansen te doen keren. Maar de plannen
daartoe werden min of meer verijdeld vanwege het grote offensief dat de Duitse legers in februari van dat jaar in Verdun inzetten. De Duitse strategie
was om in een smal front van 13 km de stad Verdun in te nemen en dan door te stoten naar Parijs. Verdun, als een zeer symbolische stad in de Franse ge-
schiedenis, zou volgens de Duitse legerleiding tot de laatste man verdedigd worden, zodat bij inneming van de stad niet alleen naar de Franse hoofd-
stad doorgestoten zou kunnen worden, maar dat ook het Franse leger als het ware vernietigd zou zijn. Maar de Franse generaal Pétain was - overigens ten
koste van veel verliezen - in staat Verdun te verdedigen en in al zijn dagorders zijn soldaten op te roepen met de gevleugelde woorden ‘Ils ne passeront pas'
(Ze komen er niet doorheen).
En hoe zwaar de gevechten ook waren, de Duitse legers slaagden er niet in een doorbraak te forceren. De slachting liep door tot in december 1916
en kostte 263.000 soldaten aan beide kanten het leven en ongeveer een half miljoen aan gewonden. Na afloop van dit drama namen de legers aan
beide kanten nagenoeg dezelfde positie in als in februari voordat de vijandelijkheden rond Verdun waren begonnen.

Tussentijds was in juli aan de Somme door de Britse legers een groot offensief gestart, met als bedoeling om ‘Verdun’ te ontlasten en een defini-
tieve doorbraak te forceren. Het plan van de Britse generaal Haig was om na een artilleriebombardement van zeven dagen op 1 juli door de vijandelijke
linies heen te breken. Daarbij werd ervan uitgegaan dat door het bombardement alle Duitse loopgraven en prikkeldraadversperringen zouden zijn
vernietigd. Het zou dan voor de Britse legers, inclusief de ‘Kitchener Army' - vrijwilligers die zich aangemeld hadden - een ‘walk-over' worden. Maar
de Duitse legerleiding, die de Britse voorbereidingen voor deze grote aanval niet was ontgaan, had het leger opgedragen zich tijdens het zeven dagen
durend bombardement goed te verschansen. Dus toen het bombardement ophield namen de Duitse troepen hun posities weer in en zo kon het ge-
beuren, dat toen de zwaarbepakte Britse troepen met hun 'walk-over’ begonnen, de Duitse artillerienesten de ene na de ander golf van soldaten neer-
maaiden. Binnen enkele uren kwamen 21.392 Britse soldaten om het leven en bleven nog eens 35.500 man min of meer ernstig gewond op het slagveld achter.

Ondanksdeze verliezen bleef Haig volharden in nieuwe vervolgaanvallen en zo bleef ook deze slag voortduren tot het einde van het jaar 1916. Aan het
einde van die strijd telden de Britten iets minder dan 500.000 aan doden, vermisten en gewonden; ongeveer evenveel als het totaal aan Britse verliezen
gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog'. Franse legers die aan deze slag meevochten leden een verlies van 200.000 slachtoffers en de Duitse ver-
liezen werden geschat op 450.000. In totaal dus verliezen van meer dan een miljoen veelal jonge levens. In deze slag werd door de Britten en Fransen
een gebiedswinst van 10 km gemaakt. Voor elke meter terreinwinst waren 115 man gedood, gewond of vermist.

Niet alleen ter land maar ook ter zee werd in het Westen gestreden. Eind mei 1916 vond de zeeslag bij Jutland plaats tussen Britse en Duitse vlooteen-
heden. Maar liefst 250 meest moderne schepen met rond de 100.000 goed opgeleide zeelieden waren bij deze zeeslag betrokken. Het doel van de
Duitse marine was vooral om de zeeblokkade van de Britten te doorbreken met zeer gerichte vlootacties tegen kleinere eenheden van de Britse vloot en
op die manier te trachten de Britse vloot, die oppermachtig was, zodanig te verkleinen dat een blokkade niet meer effectief uitgevoerd kon worden. De
twee vloten ontmoetten elkaar in de Noordzee nabij Jutland en een intens vuurgevecht brak uit waarbij vele zeebodems in de golven verdwenen. On-
danks de grote Britse overmacht waren de partijen aan elkaar gewaagd en na afloop bleek dat het verlies aan tonnage van de Britse vloot dubbel zo groot
was als die van de Duitse vloot. Het aantal fatale slachtoffers aan Britse zijde was 7.000 man; aan Duitse zijde 3.000. Het geloof in de Britse onoverwin-
nelijkheid ter zee was gebroken.
Het uiteindelijk resultaat van de ‘tactische overwinning’ van de Duitse vloot had uiteindelijk toch geen effect op de Britse zeeblokkade. De Engelse
vloot was en bleef superieur.
Had de slachtpartij van twee tot drie miljoen doden, gewonden en vermisten in dat jaar dan niet tot het besef geleid dat met dit zinloos geweld
gestopt moest worden?
In december 1916 volgden vredesvoorstellen van de Amerikaanse president Woodrow Wilson. Deze werden door Duitse politici overgenomen
met een daaropvolgend voorstel voor een vredesconferentie. De Franse regering onder leiding van Clemenceau antwoordde namens de geallieerden
aan President Wilson. Zij weigerden te praten over vrede tenzij Duitsland bereid was tot teruggave van de bezette gebieden, herstelbetalingen en
garanties.
Maar het stellen van voorwaarden vooraf aan een conferentie is nu niet de beste manier om tot een vergelijk te komen. De kans om de oorlog eind
1916 te beëindigen vervloog daardoor. De bevolking van de oorlogvoerende landen had al teveel offers gebracht; een vrede zonder overwinnaar was aan
de volkeren kennelijk niet meer uit te leggen.
In deze Kroniek nr. 32 wordt weer ingegaan op vele aspecten van de Eerste Wereldoorlog, waaronder ook een met een onderwerp uit het jaar 1916.
Namens het bestuur onze stichting wens ik u, bij de lezing en/of bestudering ervan vele interessante leesuren toe.
Anton Kruft
Voorzitter Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog.

Aspekt;  
 

47. Boeknummer: 00405  
Rondom De kleine Hoeve
Monumenten -- Landgoed/kasteel, Burgst           (2011)    [Karin Vennegoor]
Beschrijving van Eco-boerderij De Kleine Hoeve en geschiedenis van Burgst voor de jeugd.

Inhoud:
Beste meisjes en jongens ------------------------------ 4
1 = Stadsboerderij De Kleine Hoeve--------------------- 4
     Natuur & Landschap ------------------------------- 4
     Dieren?....Eten?---------------------------------- 5
     Granen------------------------------------------ 7
     Geschiedenis Burgst —--------------------------- 8
2 = De Beemden------------------—----------------- 11
     Maak een rietbootje ————————-------------— 12
3 = DeAkkerwal----------------------------------------- 14
4 = Centrale Akker------------------------------------- 15
     Recept Pompoensoep ——————————————— 16
5 = Cingeltjes------------------------------------- 17
6 = De Grote Hoeve-------------------------------- 18
7 = Prinsenbosje —..—................... -.......— 19
     Recept Lindebloesemthee —————--------------- 19
8 = Landhuis Burgst----------------------------------- 20
     Bomen meten-------------------------------------- 21
     Wat hoort bij elkaar? ———————————— 22
9 = Kroningslaantje---------------------------------- 23
10= Boerderijwinkeltje De Kleine Hoeve................. 24
     Speuren naar sporen----------—————----------— 24
     Puzzel--------------------------------------- 25
Oplossingen en Antwoorden —---------------------------- 26
Zoekkaart Waterdiertjes--------------------------------- 27
Colofon------------------------------------------------- 28

Beste meisjes en jongens,
'Stadsboerderij De Kleine Hoeve', wat is dat? Deze vraag zullen jullie na de
excursie vast goed kunnen beantwoorden. Dit boekje geeft hierop een kleine
aanvulling. Je kunt er dingen in naiezen, er staan leuke weetjes, 'doe-dingen'
en puzzeltjes in en het vertelt een beetje van de eeuwenoude geschiedenis
van dit gebied. De indeling van het boekje volgt een denkbeeldig 'rondje' dat
je hiernaast op het kaartje aangegeven ziet staan. Elk nummer is een apart
hoofdstukje. Het vertelt iets over wat je op en rondom De Kleine Hoeve
tegenkomt. Veel plezier met het lezen, de puzzels en de 'doe-dingen',
namens alle boeren en boerinnen van De Kleine Hoeve.

Eigen uitgave i.s.m FMO-fonds;  
 

48. Boeknummer: 00426  
Burgst. Van geborgen akker naar geborgen landgoed
Monumenten -- Landgoed/kasteel, Burgst           (2011)    [Karin Vennegoor]
Deel van serie informatieve brochures over wijk de Haagse Beemden onde redactie van ECO-IDEE i.s.m. FMO-fonds Breda

INHOUD
Kaart 'Heerlijkheid Burgst' eind 15e eeuw in de Hage......2
Voorwoord......4
Inleiding......5
De geschiedenis van Burgst......7
     Naam......7
     Grondbezit......7
     Rechten van de Heer van Burgst......9
     De Cingeltjes......11
     De Grote Hoeve......11
     De Kleine Hoeve Muizenberg......12
     De Kleine Hoeve......12
     De Wallen......14
     Het Landhuis......15
Het Landschap......17
     Ontstaan......17
     Hoge Akker......19
     Akkerwal......20
     Park......21
     Bos......23
Natuur 25
     Bodem......25
     Vegetatie......25
     Fauna......27
Tot slot/Colofon......30
Bronvermelding......31

Voorwoord:
Midden in de wijk de Haagse Beemden ligt een groen gebied van ruim 80 ha en hier ligt het landgoed Burgst. Dat het landgoed oorspronkelijk
veel groter was en een stuk van de wijk besloeg weten veel bewoners van de Haagse Beemden niet. Graag willen we u daarom meer vertellen
over het huidige en oorspronkelijk landgoed op het gebied van cultuurhistorie, natuur en landschap.
Wist u dat het stedebouwkundig ontwerp van de Haagse Beemden bewust gekozen is om het landgoed in stand te houden? Dit unieke
ontwerp heeft ertoe geleid dat de wijk de Haagse Beemden in de zgn. Canon van de Ruimtelijke Ordening terecht is gekomen
(http://canonro.nl/de Canonro_nl/Alle_ iconen/Haaqse_Beemden.aspx?rld=720).
Deze publicatie is tot stand gekomen door de samenwerking van de initiatiefnemers Stichting De Kleine Hoeve, Stichting Vrienden van de
Kinderboerderij de Sik, Heemkundekring 'Op de Beek' en landgoedeigenaar dhr. A.L.E. Smits van Burgst met medewerking van
het Stadsarchief Breda, Vereniging voor Natuur-en Milieueducatie IVN Mark & Donge en ECO-IDEE. We hopen dat de organisatie van
begeleide wandelingen en deze publicatie bijdragen aan een breder begrip van de waarden van dit bijzondere gebied. Omdat
stadsboerderij De Kleine Hoeve en kinderboerderij De Sik, ook actief zijn in het gebied biedt de kennismaking ook een mogelijkheid om hun
rol te leren kennen.
Zo 'Burgst' de 'geborgen akker' betekent en het middeleeuws dijkje de bewoners destijds de geborgenheid gaf tegen het water, zo willen
de initiatiefnemers met het boekje en de begeleide wandeling bereiken dat de omliggende wijk geborgenheid zal bieden aan het landgoed en
haar bewoners.
Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door een financiële ondersteuning van het project 'Boeren en Buurten' (WMO) van de Gemeente Breda.
Wij wensen u veel plezier met het lezen van dit boekje.

Inleiding:
Graag nemen we u mee naar de Landgoederenzone Haagse Beemden, die als een groene long middenin de wijk gelegen is. Het aan de
noordkant van de Emerparklaan gelegen landgoed Ijzeren Hek, laten we hier buiten beschouwing. We beperken ons tot het landgoed Burgst,
het groene gebied omsloten en deels opgeslokt door de verschillende wijken van de Haagse Beemden en de Emerparklaan.
Fietst u vanaf het Paradijspad in zuidelijke richting, ga dan ter hoogte van het skatepleintje links het zandpad in. U zult zich gelijk buiten
voelen, doordat aan weerszijden bosranden oprijzen. Rechts ziet u door de bosrand heen een ruige weide en links bevindt zich een klein stukje
bos met verschillende grachtjes, de Cingeltjes genaamd. Tussen de bomen door kunt u het boerderijcomplex van de Grote Hoeve zien. Let
even goed op het pad, want met de grote plassen en de modderige ondergrond zou je met de fiets makkelijk onderuit kunnen gaan! In de
schaduw van de grote eiken ligt er links aan het eind een poel. Ga rechtsaf de Burgstsedreef op. Tussen de statige oude eiken door kijkt u
op een prachtig, licht glooiend agrarisch cultuurlandschap rijkelijk omzoomd met bos. Rechts van u is de toegang naar de Grote Hoeve,
en links van u ziet u Stadsboerderij De Kleine Hoeve waar u op woensdag- en vrijdagmiddag in het boerderijwinkeltje biologische
groenten en vlees kunt kopen. Op De Kleine Hoeve helpen mensen met een beperking en 10 van hen wonen nu hier bij de boerderij met de voor
hen op maat gesneden begeleiding. Naast De Kleine Hoeve vinden we het privé landgoed, een 18e eeuws landhuis met een parkachtig bos,
van de heer Smits van Burgst. Met een begeleide Burgst-wandeling kunt u nader kennismaken met het gebied dat buiten deze wandeling
niet toegankelijk is voor het publiek. De begeleide Burgst-wandeling start vanuit de Kinderboerderij de Sik, die aan de zuidpoort van het
landgoed gelegen is en die onderhouden en gerund wordt door de Stichting Vrienden van de Kinderboerderij. Tevens dragen mensen van
De Kleine Hoeve hier hun steentje bij.
Al fietsend en wandelend door het landschap komt u zoveel bijzonderheden tegen. Dingen die je nieuwsgierig maken hoe ze zo zijn
ontstaan, waarom die naam, welke geschiedenis schuilt daar achter? In dit boekje willen we u proberen mee te nemen door dit landschap en de
samenhangen te verhelderen die er zijn tussen het landschap met haar inrichting en de historie, cultuur, natuur, geografische ligging en bodem.
Want elk landschap heeft zijn eigen samenhangen, zijn eigen verhaal en zijn eigen identiteit.

Stg ECO-IDEE;  
 

49. Boeknummer: 00427  
Alsof het ons eigen kind was Deel 1
Oorlog -- Tweede Wereldoorlog, algemeen           (2011)    [Fred Roodenburg]

Alsof het ons eigen kind was
Een terugblik op de redding van meer dan honderd Joodse kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog, georganiseerd vanuit het Noord-Limburgse dorp Tienray
zie ook boek 00428 deel 2

Inhoud Deel 1
1.   Inleiding................................................................. 2
2.   Hoe het allemaal begon.................................................... 8
3.   Piet Meerburg en de Amsterdamse Studenten Groep (A.S.G.)................. 14
4.   De verzetskrant 'Voor de Vrijheid', met toelichting...................... 20
5.   Het 'Plakboek Tienray'................................................... 58
6.   Hanna van de Voort...................................................... 123
7.   Nico Dohmen............................................................. 177
8.   De razzia in Tienray.................................................... 215
9.   Wat de kranten zoal schreven............................................ 269
10.  De Noord-Limburgse pleegouders per dorp (America t/m Melderslo)...... 285
11.  Namenregister - duiknamen en familienamen (Deel 1)..................... 639

Inleiding
Het prachtige ‘Plakboek Tienray’, zie hoofdstuk 5, laat al een bepaalde hoeveelheid Noord-Limburgse gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog zien, maar de
bedoeling van dit boek is om daaraan een zeer aanzienlijke uitbreiding te geven.
Deze uitbreiding betreft in het bijzonder het zo veel mogelijk in detail bekend maken van de zeer vele en moedige Noord-Limburgse pleegouders en de bij hen tijdens de
Tweede Wereldoorlog ondergedoken joodse kinderen.
Daarbij moet er bemoeienis zijn geweest van de verzetsgroep in Tienray, mede om de omvang van dit boek nog enigszins binnen de perken te houden.

Met veel inspanning is geprobeerd de gegevens van al die pleegouders, zo veel jaar na het einde van die oorlog, te achterhalen.
Geheel volledig zijn deze gegevens niet.
Het was beslist veel te gevaarlijk om tijdens de oorlogsperiode aantekening te houden van welk kind zich waar bevond.
Mochten dergelijke aantekeningen, bijvoorbeeld na een eventueel verraad, door de Duitse vijand worden gevonden, dan zou dat vrijwel zeker tot een grote ramp hebben
geleid. Niet alleen voor de groep van personen die zich bezig hield met het onderbrengen van de joodse kinderen en de joodse kinderen zelf, maar ook voor hun pleegouders.
Gelukkig bleek het mogelijk veel basisgegevens te achterhalen uit de na de oorlog gemaakte aantekeningen uit de persoonlijke herinneringen van vooral Nico Dohmen.
Er is gestreefd naar volledigheid, zowel wat de pleegouders betreft als de joodse kinderen met inbegrip van een beperkt aantal volwassenen.
Ik ben er zeker van daarin niet volledig te zijn geslaagd.
Maar klopt het dan wel allemaal wat er in deze ruime terugblik is beschreven?
Nee, helaas, ook dat niet.
Meer dan vijfenzestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog is het een onmogelijke opgave gebleken om alle feiten en feitjes met betrekking tot de Noord-
Limburgse hulp aan ondergedoken joodse kinderen, georganiseerd vanuit Tienray, tot in detail en juist weer te geven.
De betreffende pleegouders zijn nu vrijwel allemaal overleden en zelfs van hun kinderen zijn er thans nog maar weinig in leven.
In een aantal gevallen moest dan de, meestal zeer beperkte, informatie via mondelinge overlevering van de kleinkinderen komen.
Maar ook direct na afloop van die grote en verschrikkelijke oorlog zou een geheel betrouwbare en tot in alle details feitelijke weergave niet mogelijk zijn geweest.
Al was het alleen maar, omdat niet iedereen zich alle details uit die turbulente periode precies had kunnen herinneren.
Dan resteert een zo betrouwbaar mogelijke weergave van wat zich zoal in vooral de periode 1943-1945 heeft afgespeeld.
En die poging is daartoe, met de uitgave van dit boek, ondernomen.
Bij voorbaat dus een verontschuldiging voor alle zaken die ten onrechte in het geheel niet zijn opgenomen of toch niet geheel conform de feiten zijn.

‘Rodt mensen vindt ik het’, schreef een toen 12-jarig joods meisje aan haar ouders.

'In Limburg wonen de humaanste mensen van de wereld’, schreef Mau Peres.


klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


Dat de pleegouders, gezien vanuit het ondergedoken joodse kind, heel verschillend werden ervaren, blijkt wel uit vorenstaande twee citaten.
Voor een groot deel valt dat ook wel te verklaren, zelfs zonder hierbij een diepgaande analyse te maken.

Al dan niet bestaande problemen waren voor een deel toe te schrijven aan de leeftijd van het betreffende kind en aan de achtergrond van- en de opvoeding door zijn of
haar biologische ouders.
Maar ook de trieste omstandigheden speelden een belangrijke rol.
Mogelijk was ook het feit of het joodse kind een jongen of een meisje was, van invloed. Het lijkt er wel op dat meisjes het tijdens die periode, over het algemeen
gesproken, moeilijker hebben gehad dan jongens.
Maar hoe de ervaringen bij de Noord-Limburgse pleegouders ook zijn geweest, bij de overgrote meerderheid van de joodse kinderen overheerst het gevoel van een al dan
niet grote mate van blijdschap en dankbaarheid, boven die van verdriet.
Nico Dohmen schreef, heel terecht, over de toewijding en het verantwoordelijkheidsgevoel, waarmee de joodse kinderen door de pleegouders werden opgevangen.

Tijdens mijn gesprekken met de nabestaanden van de pleegouders bleek meermalen een bepaalde mate van teleurstelling te bestaan dat het betreffende joodse kind na
de oorlog geen, contact meer heeft gehad met zijn of haar pleegouders.
Dat wil ik hier in geen geval goedpraten.
Wel meen ik, dat erin een bepaald aantal gevallen sprake is geweest van wat je zou kunnen noemen ‘verzachtende omstandigheden’.
Sommige kinderen waren nog te jong om te kunnen weten, waar zij ondergedoken zijn geweest. En een aantal kinderen weet zich, door het grote aantal onderduik-
adressen dat zij hadden, niet meer te herinneren bij welke families dat was of zelfs in welke plaats zij waren. En dan waren er joodse kinderen die zodanig traumatisch ‘uit
de oorlog zijn gekomen’, dat zij in het geheel niets meer met die rampperiode te maken wilden hebben. Die wilden, om zichzelf te beschermen, alleen nog naar de toe-
komst kijken. Toch weet ik, dat ook de kinderen die na de oorlog geen contact meer met hun pleegouders hebben gehad, deze wel degelijk dankbaar zijn geweest.

Door het steeds groter wordende risico van deportatie en de toenemende activiteit van de verzetsgroepen, kwamen de joodse kinderen vooral in de periode september
tot en met december 1943 naar Noord-Limburg.
Er waren ongeveer twee keer zoveel jongens in Noord-Limburg ondergedoken als meisjes. Hun gemiddelde leeftijd op 1 november 1943 was bijna 9½ jaar.
Bijna 2/3 van de in Noord-Limburg ondergedoken joden was in Amsterdam geboren.

‘In Limburg woonden de humaanste mensen van de wereld’, schreef Mau Peres.

Maar waren het dan ook allemaal ‘helden’?
Ik meen van wel, of minstens bijna allemaal.
Volgens het Wolters’ Nederlandse woordenboek is een held ‘iemand die uitblinkt door moed’. Maar de betekenis van het woord ’held’ is tegenwoordig breed.
Het kan worden aangetroffen in elke omstandigheid waarin men iemand bewondert.
‘Je bent mijn held’.
Of, ‘Hij was de held van de dag’.
Waren deze pleegouders ook helden?
De een wellicht meer dan de ander. De risico’s waren weliswaar niet zo goed in te schatten, maar dat de onderdrukkers meedogenloos waren en op een barbaarse
wijze konden toeslaan, was bekend.
Desondanks hielp men vele medemensen, onder wie joodse kinderen.
Wat zou er gebeuren, als er een razzia1 werd gehouden; hoe zou het dan aflopen?
Niemand die dat toen met zekerheid kon voorspellen.
Dus wat te doen?
Een joods kind of een andere bedreigde persoon niet in huis opnemen en daardoor misschien in gewetensnood komen, of toch dat niet te voorspellen risico nemen voor
zo lang de Duitse bezetting zou kunnen duren.
Dan moest men de kans op een lange gevangenisstraf of misschien nog veel erger aanvaarden.
Ondanks die grote risico’s, kozen vele Noord-Limburgers voor het laatste.
En daarom waren het, naar mijn mening, ‘helden’.
Vrijwel allemaal, vrijwel stuk voor stuk.
En dat geldt ook voor die moeder van elf kinderen in Swolgen die, nadat bekend was geworden dat erin de directe omgeving een razzia had plaatsgevonden, enorm bang
was geworden en vond dat haar joodse onderduiker niet langer in huis kon blijven vanwege de enorme risico’s voor haar hele gezin.
Was zij niet ook een ‘heldin’ geweest, zeker tot die fatale datum?
De echtgenoot van die Swolgense moeder stond toen voor een geweldig dilemma.
De jongen toch in huis houden of proberen een ander onderkomen voor hem te vinden. Tot dat laatste werd uiteindelijk besloten!
En wat zou er niet voor vreselijks kunnen gebeuren, als Hanna van de Voort, Nico Dohmen, Curt Loewenstein of één van de anderen van de ‘Groep Tienray’, het
slachtoffer van een razzia zou zijn geworden? Zouden zij dan niet, door de beulen daartoe gedwongen, doorslaan en alles verraden. Wat een enorme risico’s!

In dit boek zijn alleen die joodse kinderen en pleegouders opgenomen, waarvan het waarschijnlijk is dat vooral Hanna van de Voort en / of Nico Dohmen, in welke mate
en in welk stadium dan ook, bij het vinden van een pleegadres betrokken zijn geweest.
Het is bekend dat meerdere joden in Tienray en omgeving voor een langere of kortere tijd ondergedoken zijn geweest, waarvan echter geen betrokkenheid vanuit
de ‘Groep Tienray’ kon worden vastgesteld.
Bijvoorbeeld de op 4 augustus 1922 te Amsterdam geboren Jacob Vecht was, met de duiknaam ‘Dick Korf’, gedurende de periode november 1943 tot november 1944
ondergedoken bij de familie J.M. Lomme-Koppes, Broekstraat B 176 te Broekhuizenvorst. Vanzelfsprekend verdienen die pleegouders even zoveel eer.

Voorts dient te worden opgemerkt dat een groot aantal kinderen op meerdere pleegadressen, ook binnen Tienray en omliggende dorpen, ondergedoken is
geweest. Het bleek vrijwel onmogelijk om de juiste volgorde van die onderduikadressen te achterhalen.

Veel, zeer veel in Noord-Limburg ondergedoken joden hebben hun leven aan deze Noord-Limburgse ‘helden’ te danken.
Daardoor konden zij in de meeste gevallen in leven blijven en later zelf een gezin stichten.
Zij zullen niet hebben verzuimd, hun kinderen en wellicht ook hun kleinkinderen van
hun Noord-Limburgse ‘helden’ te hebben verteld.

Slechts een klein aantal Noord-Limburgse ‘helden’ hebben, al dan niet postuum, meestal op initiatief van de joodse onderduiker, een YadVashem onderscheiding
gekregen. Anderen, die deze onderscheiding misschien nog veel meer verdienden, hebben deze echter, om wat voor redenen dan ook, nooit mogen ontvangen.
Dat maakt het belang van dit boek des te groter.

Het boek ’ln Memoriam’ bevat de namen van de ruim 100.000 Joodse oorlogsslachtoffers, die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Nederland werden gedeporteerd en
van wie geen graf bekend is.
De gegevens in dat boek zijn ontleend aan de gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting in Den Haag.
Het doel van deze gedenkboeken is de Nederlandse oorlogsslachtoffers voor wie geen graf kon worden ingericht op passende wijze te herdenken, opdat zij naam voor
naam in de herinnering voort blijven bestaan.
In dat boek treffen we de namen aan van acht kinderen en twee volwassenen, die in Noord-Limburg ondergedoken zijn geweest en daarom ook vanaf deze plaats worden herdacht.

Het zijn:

Duifje Gans, geboren op 13 juni 1933 in Amsterdam en overleden op 6 september 1944 in Auschwitz.
Duifje Gans was het laatst ondergedoken bij de familie J. Loogman-van Lunteren in Venray.
Duifje werd maar 11 jaar.

Arthur Ginsberg, geboren op 24 maart 1927 in Frankfort am Main en overleden op 16 oktober 1944 in Auschwitz.
Arthur Ginsberg was het laatst ondergedoken bij de familie J. Schoeber-Vollenberg in America.
Arthur werd maar 17 jaar.

Benjamin Ginsberg, geboren op 7 september 1893 in Jedrzejow en overleden op 16 oktober 1944 in Auschwitz.
Hij was de vader van Arthur Ginsberg.
Benjamin Ginsberg was het laatst ondergedoken bij de familie J. Schoeber-Vollenberg in America.
Benjamin werd maar 52 jaar.

Rosa Ginsberg-Rosen, geboren op 10 juni 1897 in Winszniz en overleden op 31 oktober 1944 in Auschwitz.
Zij was de moeder van Arthur Ginsberg.
Rosa Ginsberg-Rosen was het laatst ondergedoken bij de familie J. Schoeber-Vollenberg in America.
Rosa werd maar 48 jaar.

Mathilda Elly Hartogs, geboren op 6 februari 1933 in Amsterdam en overleden op 6 september 1944 in Auschwitz.
Mathilda Elly was het laatst ondergedoken bij de familie P.J.H. Swinkels-Bouten in Oirlo en werd bij de razzia op 6 juli 1944 in Oirlo gearresteerd.
Mathilda Elly werd maar 11 jaar.

Sara Heimann, geboren op 4 oktober 1933 in Amsterdam en overleden op 6 september 1944 in Auschwitz.
Sara was het laatst ondergedoken bij de familie G. Baten-Rongen in Oirlo en werd bij de razzia Op 6 juli 1944 in Oirlo gearresteerd.
Sara werd maar 10 jaar.

Flora de Paauw, geboren op 15 december 1933 in Amsterdam en overleden op 6 september 1944 in Auschwitz.
Floortje was het laatst ondergedoken bij de familie J.H. van Geffen-Nabben in Tienray en werd bij de razzia in de nacht van 31 juli op 1 augustus 1944 opgepakt.
Floortje werd maar 10 jaar.

Willem de Paauw, geboren op 17 december 1934 in Amsterdam en overleden op 6 september 1944 in Auschwitz.
Wimke was het laatst ondergedoken bij de familie F.H. Cruysberg-Huberts en zoon W. Cruysberg, die gehuwd was met Lies Dietz, in Tienray.
Hij werd bij de razzia in de nacht van 31 juli op 1 augustus 1944 opgepakt.
Wimke werd maar 9 jaar.

Louis van Wezel, geboren op 16 mei 1936 in Amsterdam en overleden op 18 oktober 1944 in Auschwitz.
Louis was het laatst ondergedoken bij de familie P.H. Nabben-Meuffels in Tienray en werd opgepakt bij de razzia in de nacht van 31 juli op 1 augustus 1944.
Louis werd maar 8 jaar.

Victor David van Wezel, geboren op 6 maart 1934 in Amsterdam en overleden op 18 oktober 1944 in Auschwitz.
Victor David was het laatst ondergedoken bij de familie J.M. T. van Wanroy-Hermans in Broekhuizenvorst en werd opgepakt bij de razzia in de vroege ochtend van
1 augustus 1944.
Victor David werd maar 10 jaar.

Er bestaat de nodige onduidelijkheid over de datum dat de razzia in Tienray heeft plaatsgevonden.
Bij nader onderzoek blijkt deze ramp zich te hebben voltrokken in de nacht van 31 juli 1944 op 1 augustus 1944, dus feitelijk op dinsdag 1 augustus 1944.
Die datum is in dit boek dan ook steeds aangehouden.

Dit boek had nooit tot stand kunnen komen zonder de hulp van de zeer vele kinderen
en kleinkinderen van de pleegouders van toen.
Ik ben ze, zonder uitzondering, zeer dankbaar.
Mede door hun bijdragen, zowel tekstueel als visueel, zijn de pleegouders niet langer anoniem gebleven.

Ik zou voorts nog heel veel anderen, waaronder Jaap Polak, moeten bedanken voor hun bijdrage aan de totstandkoming van dit boek. En dat doe ik hierbij dan ook!

Maar in het bijzonder bedank ik de Noord-Limburgse medewerking van:
Bert Billekens, Sevenum, Jeu Derikx, Broekhuizenvorst, Leonoor Folkerts-van de Voort, Venray, Door Franssen-Camps, Swolgen, Wim Jochijms, Blitterswijck, Grad
Lenssen, Horst, Jan van Lipzig, Meerlo, Wies Peeters, Broekhuizen, Betsy Snellen-Huberts, Tienray, Sraar Voesten, Grubbenvorst en Bep Vriens-Verstappen, Oirlo.

Veel, heel veel Noord-Limburgse pleegouders die de eer niet wilden maar deze wel verdienden, krijgen deze nu alsnog.
Zij het, helaas, postuum.
Fred Roodenburg, april 2011


Boek, beter, Best Caastricum;  
 

50. Boeknummer: 00428  
Alsof het ons eigen kind was deel 2
Oorlog -- Tweede Wereldoorlog, algemeen           (2011)    [Fred Roodenburg]
Alsof het ons eigen kind was
Een terugblik op de redding van meer dan honderd joodse kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog, georganiseerd vanuit het Noord-Limburgse dorp Tienray

Inhoud deel 2
12. De Noord-Limburgse pleegouders per dorp (Oirlo t/m Well)............. 650
13. De joodse kinderen in Noord-Limburg.................................. 868
14. De bijeenkomst te Amsterdam op 4 juni 2003.......................... 1255
15. Afkortingen en begrippen............................................ 1294
16. Namenregister-duiknamen en familienamen (Deel 2).................... 1308
17. Bibliografie........................................................ 1319

Zie ook boek 00427 voor deel 1 en de inleiding behorende bij deel 1 en 2

Boek, beter, Best Caastricum;  
 

51. Boeknummer: 00435  
Etten-Leur maakt muziek
Historie -- Etten-Leur           (2017)    [Jos Martens]
Etten-Leur maakt muziek. Deel 1 Constantia Pro Musica
Kroniek van de Koninklijk Erkende Harmonie Constantia & Seniorenorkest Pro Musica

INHOUD
-VOORWOORD Jos Buijs
-INLEIDING Jos Buijs
-KRONIEK Jac van der Velden
-HARMONIE CONSTANTIA
WAT VOORAF GING
PERIODE I: 1882-1918
PERIODE II: 1918-1944
PERIODE III: 1944 - 1982
PERIODE IV: 1982 - 2000
PERIODE V: 21E EEUW
BIJLAGEN
-PRO MUSICA Jos Martens


Voorwoord
Hier is hij dan, de eerste uitgave van “Etten-Leur maakt muziek” .
Als schrijversgroep van Heemkundekring Jan uten Houte, hebben we er voor gekozen de bijdragen van verschillende schrijvers te bundelen en in meerdere boeken met dit
onderwerp uit te geven.
Muziekhistorie is een thema, dat zeker nog vervolg kan krijgen. Hierdoor kunnen de andere muzikale activiteiten, die veel betekenen en hebben betekend voor Etten-Leur,
in de toekomst aan de orde komen.

Deze eerste uitgave bestaat uit de nog actieve Etten-Leurse harmonieën.
Deel 1, Harmonie “Constantia” opgericht in 1882 en nog altijd actief als Muziekvereniging Constantia.
Deel 2, Seniorenorkest “Pro Musica” opgericht in 1981 en nog altijd actief.

De oorspronkelijke archieven van Constantia waren door de Turfschipbrand in 1981 verwoest. Door diverse Leurenaren ingeleverde foto's, krantenknipsels, jaarverslagen
en meer, dozen vol, zijn met veel doorzettingsvermogen door Jac van der Velden, Fons Fransen en Jos Buijs gearchiveerd.
Schrijver Jac van der Velden, tevens erevoorzitter van Harmonie Constantia, is er in geslaagd aan de hand van zijn eigen en het vernieuwde archief, een historische kroniek
van het wel en wee van deze harmonie vast te leggen. Schrijver Jos Buijs heeft bijgedragen aan de afronding van het geheel.
Jos Martens heeft de informatie van Pro Musica verzameld en vastgelegd.
De vormgeving was weer in handen van Rob Schrauwen.

Jos Buijs
Voorzitter Schrijverswerkgroep Heemkundekring Jan uten Houte


Inleiding
Muziek
Muziek is zo oud als de mensheid! Al in de vroegste geschiedenis maakten de mensen muziek, vaak op eenvoudige wijze door het trommelen op boomstammen, maar later ook door
het gebruik van instrumenten. Uit de Middeleeuwen kennen we allemaal de minstreel en de troubadour. Rondtrekkende muzikanten die tijdens feesten de mensen met hun muziek vermaakten.

Muziek is van alle jaren! Mensen hebben altijd al muziek gemaakt. Bij bepaalde mensen is muziek een onderdeel van de taal. Via muziek kan men communiceren. Muziek maakt onderdeel uit
van het leven. Het gaat samen met de menselijke emotie en de gemoedstoestand van mensen. Bij hoogtepunten en dieptepunten wordt muziek gemaakt.
We denken hierbij aan een trouwerij, een uitvaart, een film of sporten. Daarbij komt nog, dat iedere periode zijn eigen muziekstijl heeft en dat muziek een taal is zonder grenzen.
Muziek kan naast gevoelens ook herinneringen oproepen zoals bij liedjes uit de oude doos. Zeker als er Nederlandstalige liedjes worden gespeeld en er volop kan worden meegezongen.
Dan betekent muziek voor velen ontspanning en een fijne bezigheid, waardoor ze niet gaan kniezen en beter in hun vel zitten. Muziek stelt mensen in staat om de zorgen van alledag even
te doen vergeten en om ontspannen te genieten. Leeftijd speelt dan geen rol.

Wat is een harmonie?
Een harmonie is een blaasorkest dat ondersteund wordt door slagwerk. In een fanfare ontbreken de houten blaasinstrumenten, waardoor er een andere samenklank ontstaat.
De naam harmonieorkest komt van het Franse “1’harmonie” waarmee de blazers van het orkest worden aangeduid. Ver voor de jaartelling bestond reeds een georganiseerde vorm van blaasmuziek.
Legers bedienden zich ervan tijdens de oorlogsvoering. De militaire muziek had tot doel de strijdlust te verhogen en de vijand ontzag in te boezemen.
In de middeleeuwen werden in de jonge steden de eerste burgerblaasorkesten opgericht, bestaande uit pijpers en trompetters, meestal ondersteund door tromgeroffel. Ze hadden tot taak allerlei
activiteiten en evenementen op te luisteren in opdracht van de autoriteiten, het kerkelijk gezag en vooral de gilden.
Naast het marcheren werd het geven van concerten steeds belangrijken Daardoor kwam er steeds meer behoefte aan andere instrumenten dan koper en slagwerk. Zo ontstond het klankrijke
harmonieorkest dat steeds minder marcheerde en steeds meer concerteerde voor publiek. Toch is de oorspronkelijke bezetting nooit helemaal verloren gegaan.
Er is wel een verandering in het soort muziek die gespeeld wordt. Er heerst nog altijd het idee dat een harmonie alleen maar marsen speelt. Integendeel!
Etten-Leurse harmonieën kennen een uitgebreid repertoire moderne muziek. Voor jong en oud, leuk om te spelen en lekker in het gehoor liggende muziek voor het publiek.
-Marsen
-Klassieke muziek
-Filmmuziek
-Popmuziek
Daarnaast speelt de harmonie speciale muziek voor diverse evenementen, zoals het Wilhelmus, kerkmuziek, koralen en sinterklaasmuziek.

Welke instrumenten zijn er eigenlijk in een harmonieorkest?
Houten blaasinstrumenten:
• Dwarsfluit (en piccolo)
• Klarinet (bes, es- en basklarinet)
•Saxofoon (alt, tenor en bariton)
• Hobo
• Fagot
Koperen blaasinstrumenten:
• Trompet
• Trombone
• Hoorn
• Bariton
• Tuba
• Bas
Slagwerk:
• Ritmisch; zoals de kleine trom, grote trom, triangel, bekkens.
• Melodisch, zoals klokkenspel, xylofoon, pauken.

Binnen de verschillende instrumentgroepen worden over het algemeen verschillende partijen/stemmen gespeeld (1e, 2e, 3e en soms ook 4e partij). De concertopstelling van een harmonieorkest
is niet altijd gelijk. Dit hangt af van het aantal muzikanten en de opvatting die de dirigent daarover heeft.

Heemkundekring Etten Leur;  
 

52. Boeknummer: 00436  
Zo zijn we getrouwd
Historie -- Teteringen           (2017)    [ Fons de Weert, José van Nispen, Nico Haasdijk]
Trouwboek van 'De Vlasselt' deel 2 zo zijn we getrouwd
Heemkundekring 'De Vlasselt' nr.154

Zó zijn wij getrouwd (2)
In de zomer van 2003 brachten we ons 'Trouwboek van De Vlasselt’ uit. Trouwfoto’s van mensen uit Terheijden,Wagenberg en Langeweg.
Inmiddels zijn we 14 jaar verder. Het ‘oude’ trouwboek blijkt vaak een prima naslagwerk. (‘Kende gij..', en dan komt het boek...).
Wij van de Vlasselt kregen dan ook geregeld het verzoek om te werken aan een deel 2. Er zijn de afgelopen 14 jaar (toch) nogal wat mensen getrouwd.
En diegenen die niet in het vorige boek stonden kregen nu de gelegenheid.
Dank aan José van Nispen en Nico Haasdijk voor het verzamelen en scannen van de foto’s.
Fons de Weert deed de vormgeving.
Wij hopen dat u er net zoveel plezier aan beleeft als bij het vorige boek.
Het bestuur van de Vlasselt

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

53. Boeknummer: 00442  
Onze dorpen in Vogelvlucht
Historie -- Brabant, algemeen           (2017)    [Arnold Velders (foto's), Fons de Weert (vormgeving)]
Onze dorpen in Vogelvlucht
Heemkundekring 'De Vlasselt', nr 152 (2017)

Onze dorpen in vogelvlucht
Toen bij de herindeling Terheijden zijn zelfstandigheid ging verliezen, hebben wij verschillende attributen gekregen van
diverse ambtenaren, waaronder een aantal luchtfoto’s.
Die luchtfoto’s hebben we een keer op de Traaierie tentoongesteld en een groot aantal mensen aan de kraam waren zeer geïnteresseerd.
Toen ook Arnold Velders een fiks aantal fraaie luchtfoto's van Terheijden en Wagenberg aanbood, was dat voor ons een
teken om dit boekje te gaan uitgeven.
Wij bedanken ook allen die een bijdrage hebben geleverd..
Wij hopen dat u er net zoveel plezier aan beleeft als toen de mensen bij onze kraam.
Het bestuur van de Vlasselt

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

54. Boeknummer: 00443  
Rondje Liesbos deel IV
Historie -- Princenhage, algemeen           (2017)    [Kees van Endschot]
Rondje Liesbos deel 4
zie ook 00032 en 00046 (Rondje Liesbos deel 1 en deel 2)

Voorwoord
Alweer een deel Rondje Liesbos, ditmaal het vierde en laatste. In nagenoeg dezelfde vorm en
indeling als de vorige drie. Met gegevens uit de bevolkingsregisters vanaf 1825 en de
kadastrale die vanaf 1832 beschikbaar waren.
Dit deel IV behandelt de westkant van het Liesbos, die geheel onder de gemeente Etten-
Leur valt. We nemen de straten met de huizen en zijn bewoners uitgebreid onder de loep,
zonder volledig te zijn. De ruimte in dit boek ontbreekt hiervoor.
Zoals in de vorige delen worden alleen de straten vermeld die aan het Liesbos grenzen en
die er op uit komen. Sommige niet helemaal, we gaan niet te ver van het Liesbos vandaan.
Voorafgaand aan de eigenlijke beschrijvingen van de huizen en bewoners wordt de geschiede-
nis van iedere straat kort samengevat.
Dit zijn de westelijke kant van de Moerdijkse Postbaan, de Steenmansweg, Bredaseweg,
Teerlingstraat en Attelakenseweg-Liesbosweg. Ieder pand dat vóór 1965 aan die straten
gebouwd is -een enkele uitgezonderd- komt aan de beurt, ook die al jaren geleden verdwenen
zijn. Met opeenvolgende eigenaren en bewoners.
Oude foto’s en andere afbeeldingen geven een goed tijdsbeeld van het wonen en werken
van mensen in deze omgeving. Velen zijn er dan ook in dit deel opgenomen, van sommige
families wat meer en van andere minder, naar gelang er voorbande was. Kaarten en tekenin-
gen komen veelal uit de verschillende archieven.
De Moerdijkse Postbaan met langs het Liesbos de grotere huizen, de Steenmansweg heeft
één bijzondere. De Bredaseweg, nu totaal onherkenbaar met ongeveer zestig jaar geleden toen
er meer bedrijvigheid was met fabrieken, winkels en cafe’s. De Teerlingstraat met maar één
oude boerderij en de Attelakenseweg die in het verleden bijna alleen maar uit boerderijen
bestond. Een ratjetoe, maar mooi om te beschrijven.
De straten zijn op volgorde in hoofdstukken verdeeld, hieronder zijn die te vinden:
1: Moerdijkse Postbaan tussen Liesbosweg en Hilsebaan Blz. 3-75
2: Steenmansweg Blz. 76-85
3: Bredaseweg tussen Moerdijkse Postbaan en Vaartkant Blz. 86-182
4: Teerlingstraat Blz. 183-190
5: Attelakenseweg-Liesbosweg Blz. 191-264
Ik hoop voor de ouderen onder U dat met dit deel uw herinneringen uit uw jonge jaren in
volle omvang terugkeren. Voor de jongeren is het wellicht een openbaring hoe er vroeger
gewoond en gewerkt werd. Ik wens U allen veel plezier met het lezen.
Kees van Endschot
Maart 2017

 Eigen uitgave;  
 

55. Boeknummer: 00444  
Een aalscholver boven Zwermlaken
Historie -- Etten-Leur           (2017)    [Redactie Boy Hendrickx, Toon Buckens, Bernhard Koevoets]
Een aalscholver boven Zwermlaken.
Straatnamen Etten-Leur

Voorwoord
Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan in 1997 van de Heemkundekring Jan uten Houte is door leden van deze Kring een jubileumboek geschreven.
Het boek is getiteld 'Een Aalscholver boven Zwermlaken'. Naast een uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van straatnamen en straatnaamgeving staat in het boek een
verklaring van de naam van alle bestaande straten en van alle vervallen straten. De verklaring bestaat soms uit een korte beschrijving van een gebeurtenis of persoon,
maar dikwijls is de omschrijving iets langer. Dit betreft dan veelal oude toponiemen of straatnamen met een speciale betekenis. Nu bijna 20 jaar later zijn er door
de groei van de gemeente ruim honderd straten bijgekomen. In Etten-Leur komen nu 637 straatnamen voor. Daarom heeft de Heemkundekring besloten om het boek
in zijn geheel opnieuw uit te geven, aangevuld met de betekenis van alle nieuwe straatnamen.
Ik wens u veel leesplezier,
René Konings.

Inleiding
GESCHIEDENIS VAN DE STRAATNAMEN EN STRAATNAAMGEVING
'Nomen est omen' oftewel 'een naam is een voorteken'. Deze Latijnse uitdrukking maakt duidelijk dat een naam niet zomaar iets is. Een naam verleent iemand identiteit. Het geeft de
omgeving bovendien de zekerheid dat zij met die ene man of vrouw te maken heeft. Hetzelfde geldt voor namen van straten en plaatsen. Een straatnaam geeft zekerheid dat je beland bent op
de juiste plaats, op zoek naar dat ene adres.
Dit boek gaat over de namen van de straten in de gemeente Etten-Leur.
Over veel van deze namen is het nodige te vertellen. Soms gaat het om fraaie moderne aanduidingen, die een hele wijk identiteit geven. Andere namen zijn daarentegen eeuwen oud. In een
plattelandsgemeente zoals Etten-Leur vanouds was, zijn nog vele toponiemen te vinden. Juist deze oude veldnamen vertellen ons veel over de natuurlijke omgeving, soms van eeuwen her. Veel
van deze toponiemen zijn nu terug te vinden als straatnamen, maar het zijn eigenlijk de voorlopers van die namen.
Soms zijn ze van jongere datum en dikwijls zijn ze wat verschoven ten opzichte van de oude ligging. Maar in een tijd waarin de ingrepen in het landschap enorm en onomkeerbaar zijn, geven
juist toponiemen nog een beeld van oude en verdwenen situaties.

DE NAMEN ETTEN EN LEUR
Een straat of weg verbindt huizen en plaatsen met elkaar. Daarbij is verschil tussen een lokale verbinding of een doorgaande weg. Kenmerkend voor de namen van veel doorgaande wegen is dat
zij verwijzen naar de plaats waarheen zij leiden.
Zo kent de gemeente een Zundertseweg, een Sprundelsebaan en een Rijsbergseweg. Op de gemeentegrens verandert dikwijls het plaveisel en tevens het eerste deel van de straatnaam, er wordt
immers verwezen naar het aangrenzende dorp en niet naar de eigen woonplaats. Het gevolg hiervan is dat buurgemeenten dus een Ettenseweg en Leursebaan kennen. Een reiziger wist
zo waarheen zijn weg leidde.
Maar niet alleen voor reizigers was de naam van een plaats van belang. Ook inwoners zelf hadden wanneer zij wilden aangeven waar zij te vinden waren een goede plaatsaanduiding nodig. Het
ligt dan ook voor de hand dat mensen die zich ergens vestigen al snel op zoek gaan naar een naam voor hun nederzetting. In veel gevallen was een (opvallend) geografisch kenmerk de basis
voor zo'n naam (-lo, -bosch, -veen, -moer). Lange tijd was zo’n plaatsnaam voldoende, omdat er nauwelijks onderscheiden straten waren. In dit verband kan gewezen worden op de eeuwenlange
vermeldingen van de Lange en de Korte Leur, de huidige Lange en Korte Brugstraat, immers de enige belangrijke straat van het dorp Leur. Pas nadat een nederzetting ging groeien, ontstond
behoefte aan meer straatnamen.
De eerste maal dat een plaatsnaam in de geschreven bronnen voor komt, zal in een aantal gevallen in het eeuwenlang woeste en vrijwel onbewoonde West- Brabant niet erg ver van het tijdstip van
ontstaan liggen. In die zin zijn de eerste vermeldingen van de namen Etten en Leur dan ook interessant.
De komst van kolonisten op het huidige Ettense grondgebied kan gedateerd worden in de dertiende eeuw. Rond 1200 is Sprundel als één van de eerste ontginningen aan te wijzen. De heren
van Breda, de belangrijkste nederzetting in het gebied, hadden in die tijd het grootste gedeelte van de grond in West Brabant in handen gekregen, met her en der enkele bezittingen van de hertog
van Brabant of het klooster Thorn.
Hendrik IV wees in 1251 twee landmeters aan die voor ontginning bedoelde gronden moesten inmeten. Allerlei maatregelen, deels voortgekomen uit financiële noodzaak, waren er op
gericht het land van Breda tot ontwikkeling te brengen. Ten westen en noorden van de in deze tijd ontstane kleine nederzetting Etten startten na 1250 enkele turfgraverijen. Het aanwezige turf zou
eeuwenlang welvaart en bedrijvigheid met zich meebrengen. Kerngebied van de vervening was onder meer het Monnikenmoer ten westen van Etten. Het waren vooral Vlaamse geestelijke instel-
lingen en particulieren die zich met de vervening bezig hebben gehouden.
In 1297 verkocht Raas van Gaveren aan het Brugse St. Janshuis en het Heilige Geesthuis 62½ hoeve moerland en woeste gronden in de parochie Etten. Het blok Bremberg ten oosten van Etten
zou vanaf 1332 door Antwerpse poorters worden ontgonnen. De turf uit dit blok werd vervoerd via de speciaal gegraven Leurse Vaart en de rivier de Mark. De oudste kern van Etten zelf is
de wat hoger gelegen Banakker, tussen de Neerstraat in het oosten, het Moleneind, de Markt en de tegenwoordige Stationsstraat. Rondom deze belangrijke akker concentreerden zich de boerderijen.
De meeste bebouwing was evenwel te vinden aan de westzijde. Hier stonden de belangrijkste gebouwen als de kerk, het gasthuis, het dorpshuis en het hof. Dat laatste, oorspronkelijk eigendom
van het geslacht Uten Houte, heeft slechts een beperkte rol gespeeld in de geschiedenis van de gemeente. In 1468 is sprake van een 'hoeve met huijsingen metten torn daer aen staende'. Een
eeuw later spreekt men van een slot. De eigenaren hadden over het algemeen hun belangrijkste bezittingen en belangen elders. In 1287, na de dood van de eerste Jan uten Houte verwierf zijn we-
duwe inkomsten en de lage rechtsmacht te Etten. Schenker was haar eigen vader, Arnoud van Leuven, heer van Breda. Op deze wijze werd Etten een afzonderlijke heerlijkheid in het land van
Breda. In 1450 voegde Jan IV van Nassau, heer van Breda, door koop de heerlijkheid Etten opnieuw bij zijn eigen bezittingen.
In de wijdere omgeving van de Banakker concentreerde de bewoning zich veelal rond de wat hoger gelegen zandruggen (donken). Deze lagen veelal noord-zuid en als gevolg daarvan kennnen
we nu nog een aantal noord-zuid lopende straten als Hoge Donk-Lage Donk en Hoge en Lage Bremberg. Zo ontstond Etten in de dertiende eeuw als een klein boerendorp omgeven door
een aantal kleinere bewoningskernen.
Het geheel was ondergeschikt en via allerlei belastingen gebonden aan de heer van Breda, maar het had enkele kleine vrijheden. Omstreeks 1250 was een kerk gesticht. In 1278 maar mogelijk
al eerder fungeerde een schepenbank die zich bezighield met bestraffing van overtredingen en het vastleggen van diverse transacties tussen de inwoners. Enkele jaren daarvoor (1261) komt de
naam Etten voor het eerst in een geschreven bron voor. De naam houdt verband met de aanwezigheid van een groot beemdengebied (weiden). Etting of etsel was in Etten maar ook elders in
West-Brabant een gewone benaming voor weiland.
Het dorp Leur ontstond waarschijnlijk in de tweede helft van de veertiende eeuw op de plaats waar de turf uit de zuidelijke gebieden overgeladen werd op grotere schepen. Deze schepen konden
via de Leurse Vaart de Mark bereiken. De eerste vermelding van de 'Loersche Vaart' is in 1405. Het woord leur/lore verwijst naar alle waarschijnlijkheid naar de (slechte) kwaliteit van
de vervoerde turf, maar kan ook verband houden met de kwaliteit van de grond.

Heemkundekring Jan uten Houte;  
 

56. Boeknummer: 00446  
Jaarboek Oranjeboom 2016. Deel 69
Historie -- Breda, algemeen           (2016)    [Redactie Oranjeboom]
Jaarboek Oranjeboom 2016. Deel 69.
1667 De onderhandelaars bij de Vrede van Breda | Gemene Gronden | Liberaal Storm |
Vluchtelingen in WOI | Mater Dei | Snelwegen rond Breda | Gasthuis | Archeologie

Ten geleide
350 jaar voor het uitkomen van dit 69' jaarboek van ‘De Oranjeboom’ verwierf Breda een
plaats in de wereldgeschiedenis. Reden om volop aandacht te besteden aan de ‘Vrede van
Breda’, die een einde maakte aan een bloedige zeeoorlog waar vier van de belangrijkste
Europese staten bij betrokken waren. Vijf historici hebben zich verdiept in de drijfveren en
het handelen van de topdiplomaten van de staten die in 1667 in Breda actief waren. U vindt
de neerslag hiervan in de eerste hoofdstukken van dit boek.
Wie zich verdiept in lokale geschiedenis weet dat het verloop daarvan vaak sterk beïn-
vloed wordt door nationale en vaak internationale ontwikkelingen. Dat was ook het
geval in de Baronie van Breda in de periode 1914-1918, toen de zuidelijke provincies van
Nederland eerst werden overspoeld door duizenden gemobiliseerde soldaten, maar nog
meer door tienduizenden vooral Belgische evacués die vluchtten voor het geweld van de
Eerste Wereldoorlog. In dit Jaarboek vindt u een artikel over de gevolgen hiervan voor
de bevolking in Breda en omstreken. Maar ook het meest invloedrijke Bredase Kamerlid
uit de negentiende eeuw, mr. LD. Storm, had zijn ‘moment suprème’ dankzij internatio-
nale woelingen. Zonder de internationale revolutiedreiging zou koning Willem II nooit
akkoord zijn gegaan met de grondwet die Storm met vier andere liberalen opstelde in
1848. In dit Jaarboek is een artikel over Storm opgenomen.
In de twintigste eeuw werd de wereld relatief veel kleiner, onder andere door de enorm
toegenomen automobiliteit. In dit Jaarboek staat een artikel over de gevolgen hiervan
voor het ontstaan van het rijkswegennet rond Breda. In de tweede helft van deze eeuw
verdwenen de religieus geïnspireerde zusters uit de ziekenhuizen. Het klooster Mater Dei
waar de zusters van het Ignatiusziekenhuis verbleven wordt in 2017 overgedragen aan de
NHTV. Daarom een hoofdstuk over de geschiedenis van dit zusterhuis.
Maar ook aan de vroege geschiedenis van ons woon- en leefgebied wordt in dit Jaarboek
aandacht besteed. U vindt een hoofdstuk over de locatie van het dertiende-eeuwse zieken-
gasthuis in Breda. In een ander hoofdstuk wordt uitvoerig ingegaan op de betekenis en
de ontwikkelingen van de gemeenschappelijke gronden in het gebied van Ginneken en
Bavel. Het Jaarboek wordt weer afgesloten met een archeologisch overzicht.
Wij wensen de lezers volop leesplezier en danken auteurs, redactieleden en alle anderen die
hebben meegewerkt aan de totstandkoming van dit boek hartelijk!
Gert Groenendijk waarnemend-voorzitter 'de Oranjeboom'
Peter van de Steenoven voorzitter redactie

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

57. Boeknummer: 00457  
De Oranjeboom. Deel 71.
Historie -- Breda, algemeen           (2018)    [Wim Klinkert, G. Boissevain, J. de Graaf, P. v.d. Steenoven, B.v.d. Calseijde, J.Luitzen, W. Zonneel, F. Gooskens, W. De Natris, P. Stallen, E. Lessmann]
De Oranjeboom. Deel 71.
Breda en zijn militaire inwoners | De Seeligkazerne in Breda 350 jaar | Seelig militair en onderwijshervormer |
Breda en de Belgische opstand | Cadetten in de 19de eeuw, Cadetten aan de bal |
Van cricket naar voetbal 1884-1900 | Militaire Tehuizen in Breda, Huiskamers voor dienstplichtige militairen 1863-1991 |
Majoor Hans Mathon en de actie voor een betere defensie 1932-1935 | De nationale Taptoe in Breda 1976-2004 |
Joan Jozelf Lesman: een Poolse soldaat

Ten geleide
De bijdragen in dit jaarboek beschrijven verschillende aspecten van de wisselwerking tussen
de stad Breda en defensie. Breda heeft als garnizoensstad te maken gehad met duizenden
militairen, die hier hun opleiding volgden of er waren gelegerd. Deze grote militaire aanwe-
zigheid drukte haar stempel op de stad, zowel op religieus, cultureel, politiek, sociaal als
economisch gebied. Dit thema past binnen de strategie van de vereniging om tot het 7 5-jarig
bestaan van onze historische kring ieder jaar een breed onderwerp uit de negentiende en
twintigste eeuw te verkennen.
Speciaal voor dit jaarboek heeft de gewone redactie zich laten ondersteunen door een project-
redactie met daarin personen die kennis hebben op het gebied van militaire geschiedenis
en een netwerk binnen defensie. Wim Klinkert, Richard Tieskens en Jan Schuiten maakten
daarom onderdeel uit van de projectredactie. In deze projectredactie zaten ook twee leden van
het vaste redactieteam. Deze projectredactie lukte het nieuwe en bestaande auteurs enthou-
siast te maken om hun historisch onderzoek te publiceren in dit jaarboek. De bijdragen in dit
jaarboek bestrijken een zeer breed palet aan onderwerpen op militair gebied. Wij danken de
auteurs, de gewone redactie en de projectredactie voor hun inbreng.
Inmiddels zijn we begonnen met de voorbereidingen voor het jaarboek nummer 72 dat als
zwaartepunt volkshuisvesting en stedenbouwkunde krijgt. Dit jaarboek en volgende jaarboe-
ken zullen we zeker ruimte open houden voor auteurs die kopij aanbieden buiten het thema.
Want we willen ieder jaar een brede mix van onderwerpen kunnen aanbieden.
Ondertussen zijn er nieuwe leden van de redactie zich aan het warmlopen en aan het
meedraaien. Jan Brouwers heeft al een groot deel van de eindredactie op zich genomen. Dus
we hebben zin in de toekomst en de nieuw aankomende jaarboeken.
Wij hopen dat u als lezer ons enthousiasme kan terugvinden in dit nieuwe boek. Wij hebben
steeds nieuwe leden nodig om een goede basis te hebben voor onze activiteiten. Wij vertrou-
wen erop dat u mensen uit uw eigen omgeving attent maakt op onze vereniging en de voor-
delen van een lidmaatschap. Met meer leden krijgen we meer voor elkaar.
Michiel Adriaansen secretaris 'de Oranjeboom'
Frans Gooskens voorzitter redactie

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom, Breda;  
 

58. Boeknummer: 00465  
Jaarboek De Oranjeboom Deel 70
Historie -- Breda, algemeen           (2018)    [Redactie Frans Gooskens, Michiel Adriaansen]
Jaarboek De Oranjeboom Deel 70. 2018
Ondernemers in Breda 19e en 20e eeuw | Onderwijzer Hein Kuijlaars | Trip van Zoudtlandtkazerne
Schilder Sjaak van Wijck | Beeldhouwers De Cock en Xaverij | Omstreden predikanten |
Avontuurlijk edelman | Oosterhoutse pottenbakkers

Ten geleide
De redactie wil het jaarboek voor een deel invullen rondom een thema. Het vorige jaarboek
hadden we de Vrede van Breda. In deze editie - jaarboek 70 alweer - staan de Bredase onderne-
mers centraal in drie bijdragen. In de tweede helft van de negentiende eeuw zou je kunnen
zeggen dat Breda ‘ontploft’. De vestingwerken verdwijnen, er komt een spoorwegstation en
Bredase familieondernemingen groeien uit tot bedrijven van nationaal en internationaal
belang. In dit jaarboek staan twee Bredase ondernemers centraal. De eerste ondernemer
is Frans Klep, de grote man achter ijzergieterij De Etna. De tweede ondernemer is Charles
Stulemeijer, de oprichter van bouwbedrijf IGB en kunstzijdefabriek HKI. Een derde bijdrage
rondom dit thema is de geschiedenis van de sociëteit De Katholieke Kring. Veel Bredase
ondernemers, waaronder Frans Klep en Charles Stulemeijer, zijn lid geworden van deze
vereniging. Bedrijfsbelangen, politieke belangen en het katholieke geloof zijn een bijna niet
te ontwarren kluwen. In dit jaarboek wordt geprobeerd deze knoop te ontwarren en te kijken
waar de drijfveren van ondernemers uit voortkomen in de negentiende en twintigste eeuw.
Ook in toekomstige jaarboeken is er plaats voor artikelen binnen het brede onderzoeks-
gebied Breda en omgeving in de negentiende en twintigste eeuw. Het volgende jaarboek is al
in voorbereiding en concentreert zich op de relatie tussen Breda en defensie. Het artikel over
de Trip van Zoudtlandtkazeme in dit jaarboek geeft hiervan al een voorproefje. Wij willen
echter altijd ruimte houden voor andere artikelen. Omdat we in ieder jaarboek een brede
dekking aan artikelen willen aanbieden. In dit jaarboek zijn er dan ook andere artikelen
opgenomen over zeer diverse onderwerpen. Zo zijn er bijdragen over een bastaard uit het
geslacht Polanen, een katholieke onderwijzer uit de negentiende eeuw die voetbalgek is,
de Ginnekense schilder Jaak van Wijck, de Oosterhoutse pottenbakkersnijverheid, half
katholieke dominees op de kleigronden van West-Brabant en een beeld van de god Mars.
Ondertussen investeert de vereniging ‘de Oranjeboom’ veel energie in het vernieuwen van
bestuur en de commissies en bijbehorende activiteiten. De afgelopen vijf jaar zijn er in het
bestuur en de redactiecommissie veel nieuwe gezichten gekomen. We speuren voortdurend
naar talent en rekenen daarbij op uw steun en medewerking. Zo houden we samen onze
vereniging, die sinds 1948 bestaat, levend en toekomstbestendig.
Met dank aan alle mensen die voor en achter de schermen weer hebben meegewerkt. We
wensen u veel leesplezier met dit nieuwe jaarboek.
Michiel Adriaansen secretaris 'de Oranjeboom'
Frans Gooskens voorzitter redactie

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

59. Boeknummer: 00471  
Veldnamen in de voormalige gemeente Princenhage Deel 1 Algemene Inleiding
Historie -- Toponiemen           (2018)    [Chr. Buiks]
Erfgoedrapport Breda 60
Veldnamen in de voormalige gemeente Princenhage Deel 1 Algemene Inleiding

VOORWOORD
Bijzonder is dat kort nadat Princenhage vierde dat het 75 jaar bij Breda hoort deze publicatie van streekhistoricus en onderzoeker Christ Buiks verschijnt.
Princenhage en de andere dorpen van Breda zijn trots op hun geschiedenis. Die is het waard om op te tekenen en te delen met anderen.
Kennis over ons erfgoed is een bron van inspiratie voor de toekomst. Als in Breda nieuwe plannen voor ruimtelijke ontwikkeling ontstaan, maakt de historie
deel uit van de analyses en de voorbereiding. De auteur onderzoekt veldnamen of toponiemen waarbij het vooral gaat over de (gebruiks)geschiedenis van de
landschappelijke elementen zoals akkers, weiden en beemden. Die kennis stelt ons in staat om dat erfgoed nog zorgvuldiger te beheren.
Het grootste deel van het grondgebied van Breda behoorde in de 19e en vroege 20e eeuw tot de omringende dorpen zoals Ginneken, Bavel, Princenhage en Teteringen.
In het verleden was het een goede gewoonte om huizen, boerderijen, straten, wegen en bruggen te voorzien van namen. Echter niet alleen huizen of bouwwerken ook
allerlei elementen in het landschap zoals akkers, weiden, beemden en bossen kregen namen.
Met de informatie uit dit onderzoek en de publicaties die eerder verschenen over Ginneken, Bavel, Ulvenhout, Teteringen en daarnaast Rijsbergen komt de omgeving
van Breda meer tot leven.
Marianne de Bie
Wethouder cultuur en erfgoed

Gemeente Breda;  
 

60. Boeknummer: 00472  
Veldnamen in de voormalige gemeente Princenhage Deel 2 Hage Dorp-Haagdijk en Vijfhuizen-Heuvel en Vloed-Eindhoven
Historie -- Toponiemen           (2018)    [Chr. Buiks]
Erfgoedrapport Breda 60
Veldnamen in de voormalige gemeente Princenhage Deel 2. Hage Dorp-Haagdijk en Vijfhuizen-Heuvel en Vloed-Eindhoven

Gemeente Breda;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 5 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

Begin        Vorige      1   2   3   4   5       Volgende       Eind

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 14 mei 2023